De stedelijke vismijn(en) van Aalst
Geplaatst: 29 mei 2014, 13:55
Geplaatst: 27 Jan 2011 01:49 pm
Alostum schreef:De stedelijke vismijn(en) van Aalst
Een eerste vermelding van de stedelijke vismijn dateert van 25 mei 1465, een reglementering voor de verkoop van vis.
Vis mocht toen alleen in de vismijn verkocht worden. Er waren heel wat reglementen aan verbonden, zou mocht men niet teveel vis aankopen, niet meer dan één korf. De monniken van Affligem waren een uitzondering, ze mochten zoveel vis kopen als ze nodig hadden.
De oudste vismijn situeerde zich waar nu het standbeeld staat van Valerius De Saedeleer. De huidige plaatsnaam “Oude Vismarkt” verwijst er nog naar.
In 1770 zou er een nieuwe vismijn zijn gebouwd op “’t Eiland Chipka”, een eiland gevormd tussen denderarmen. In mei 1940 zou deze bij de bombardementen op het station en de St.Annabrug gesneuveld zijn. Men verplaatste de visverkoop dan maar naar de overdekte Botermarkt.
Toen men in 1953 de metalen constructie afbrak verhuisde de vismijn naar de stadsmagazijnen in de Vrijheidstraat (waar nu de brandweer is). Op 18 juni 1957 werd voor het eerst vis verkocht in de nieuw gebouwde vismijn aan de Houtkaai.
Hier kon men er elke week van dinsdag tot en met vrijdag vis kopen aan de laagst mogelijke prijs. Verkoper van dienst was François Daeleman, een bestelling gaf men door aan de kassa waarop Benoit De Backer u de netjes afgewogen bestelling bezorgde.
Vooral gepensioneerden, kroostrijke gezinnen, werklozen en anderen die het financieel niet te breed hadden waren er vaste klant en de vismijn vervulde dus ook een sociale rol in Aalst.
Het waren vooral de goedkopere vissoorten die er aan de man werden gebracht. Vis was indertijd het arme mensen eten bij uitstek.
Een groothandelaar kocht de vis aan in de vismijn van Oostende, Nieuwpoort of Zeebrugge. Per vrachtwagen of trein belandde de vis reeds voor 5u30 in de Aalsterse vismijn. De vismijn was geopend van 9 uur ’s ochtends.
Winst maken was nooit de hoofdbekommernis, in principe kon iedereen slechts één aankoop doen. De vis werd er verkocht in hoeveelheden van 2,5 kg., gepensioneerden konden een kleinere hoeveelheid van 1 kg. aankopen.
Panklare filets kon men er niet kopen, hij was wel al “gegut” (hij was reeds op zee ontdaan van zijn ingewanden).
De vismijn had zijn vaste leveranciers.
In 1988 werden er nog grote verfraaiingwerken uitgevoerd.
Bronnen:
- De Voorpost, 15-01-1988
- Gazette van Aelst, 03-08-1984




