De frituren tegen de varkensmarkt en een paar "uitsmijt
Geplaatst: 21 mei 2014, 15:08
Geplaatst: 13 Nov 2012 04:35 pm
La Fontaine schreef:Wanneer ik op mijn dagelijkse terugweg van het Sint Jozefcollege in de Pontstraat, de Sint-Anna brug overstak, belandde ik, onder een viaduct door, “ de konker” genaamd in het plaatselijk dialect, via de Molendries en de Varkensmarkt in de Hovenierstraat. Op dat laatste stukje van nauwelijks driehonderd meter kwam ik langsheen drie frituren. Het waren ware pleisterplekken met heerlijke vettige frieten met mayonaise of pickles. Het huidig assortiment aan bijkomende troep was nog lang niet ontworpen op de tekentafels van een of andere marketingafdeling. Het naar huidige normen vrij schaarse aanbod, verminderde geenszins de aantrekkingskracht van deze calorieverstrekkers op het jonge volkje. Een pakje kostte toentertijd 5 frank, of omgerekend naar de hedendaagse munt, zo’n 12 eurocent.
Ik ben er ook menigmaal (een eufemisme heet zoiets) voor bezweken. Ons Ma, Rachelleken, was nu niet bepaald het huishoudelijke type dat verslingerd was, na een lange dagtaak in de winkel van de wasserij, op het botvieren van haar creativiteit in de keuken. Ik herinner me de talloze keren dat ik in de namiddag of ’s avonds een pakje ging kopen in één van frituren en het dan op het voetpad verorberde, niet zelden gapend naar een paar belendende vitrines, waaronder die van “den Brusseleer”, met zijn talrijke variaties aan behangpapier of aan deze van het smalle winkeltje met rookartikelen en de steeds vriendelijke mevrouw met haar brilletje. Ze bleef altijd vriendelijk, zeker later wanneer ik er als tiener een vaste klant werd.
De commerciële bezorgdheid van Rachelleken -“ge moet uw klanten op tijd iets gunnen”- versterkt met een aan naïviteit grenzend rechtvaardigheidsgevoel en nog eens gekoppeld aan haar drang om niet teveel zelf moeten te koken op de dag des Heren, vormde een cocktail die ervoor zorgde dat we met het gezin, Oma, Opa, Roosje en mezelf, met de regelmaat van een klok de reeds vermelde eethuizen ging opzoeken.
Haar waarschuwing van destijds doet me nog steeds glimlachen : “Kijk recht voor u”, want de frituur waar we net voorbij stapten, zou het wel eens bij het rechte eind kunnen hebben, met wat? Met het vermoeden dat we op weg waren naar een concurrent…
Op één na herinner ik me de namen niet meer van de frituureigenaars, maar zeker is dat er één duidelijk de voorkeur wegdroeg ( wat zich ook weerspiegelde in mijn persoonlijke statistieken…). Dat was “Lafon”, waarover straks meer.
De beide anderen hebben we minder aangedaan, maar toch hebben ze hun indrukken nagelaten. De eerste, op de Varkensmarkt, werd gerund door een ouder koppel. Ik kan me de man niet meer voor de geest halen zonder bruine hoed en bruine sigarettenpeuk in de mondhoek. Het madammeken was er eentje van het minzame soort, de glimlach een kopie van deze uit het Louvre. De gelagzaal was spaarzaam verlicht, donker en smakeloos. De frieten buitensporig vettig…
Het tweede etablissement was het dichtst bij “de konker” gelegen en had een lange smalle helverlichte gelagzaal. Meer indrukken zijn me niet bijgebleven. Het werd na enkele jaren getransformeerd in een apotheek van de mutualisten.
Lafon daarentegen had meer variatie te bieden, onder meer wegens twee niet op hun tong gevallen dochters, Emiliène en Nicole, die regelmatig meehielpen in de zaak. Hun moeder had het toen al wat moeilijker, ze was kortademig, bezat een groot aantal kinnen en had minimum twee stoelen nodig om te kunnen zitten. Haar echtgenoot Pierre had de allure van een manager. De gouden bril, de pet en de verbeten blik deden het in mijn jonge ogen.
Op het eerste zicht niet in dit rijtje passend maar bij nader toezien toch vermeldenswaardig, is het “Hotel de la Gare” op het Stationsplein in Aalst. We zijn er ook menigmaal op zondag met het gezin een lunch gaan nuttigen maar het was er beduidend “chiquer” en dus ongetwijfeld duurder, dan in de frituren. Onbewust vonden we er een aantal kenmerken terug uit de goedkopere eetgelegenheden van de overkant van de dender: het lange gang principe en het gebrek aan licht, niettemin burgerlijk stijlvol gecompenseerd door het gebruik van rijke velours en zijde.
Het summum van een culinaire uitstap was evenwel “De Borze van Amsterdam” – de “Bourse” of “de Bezze”, al naar gelang de taal. Het betrof een restaurant op de Grote Markt in Aalst. Het aantal malen dat we er op de bovenverdieping poepchique dineerden kan ik op mijn een hand tellen. Ik nuttigde er voor de eerste maal soep met kaas…
Jammer genoeg is de inhoud van alle gesprekken van mijn ouders aan de tafels van die eetgelegenheden verdampt in de ijlere lagen van mijn geest.
