Wij onderhooren nog:
De Smet Theofiel: oud 53 jaar, politieagent ter stede, die ons zegt:
“Zekere Van Goethem Louis, wonende Bergekouter n° 3; Van Goethem Jan, O.L.Vrouwplein barakken; Schollaert Edmond, O.L.Vrouwplein, barakken en zekeren De Raedt Alfons, wonende te Aalst, Klein Begijnhof n° 7 heb ik op 18 mei 1940 in den voormiddag op de Moorselbaan gezien met elk een pak onder den arm. Ik heb nochtans niet kunnen bemerken wat in die pakken stak of weet ook niet vanwaar ze met die pakken kwamen.”
Wij onderhooren daarover:
Van Goethem Louis, wonende te Aalst, Bergekouter n° 3, die ons zegt:
“’t Is mogelijk dat de politieagent De Smet Theofiel mij gezien heeft op de Moorselbaan op 18-5-1940 in den voormiddag met een pak onder den arm, doch het was een pak linnengoed, waarmede ik vluchten ging.”
Schollaert Philemon, oud 62 jaar, metser, wonende te Aalst, O.L.Vrouwplein, barak 39, die ons zegt:”
“Ik loochen op 18-5-1940, in den voormiddag met een pak onder den arm op de Moorselbaan gezien geweest te zijn door den politieagent De Smet Theofiel, want ik ben niet van huis weggeweest.”
Van Goethem Jan, oud 31 jaar, wever, wonende te Aalst, O.L.Vrouwplein, barak 89, die ons zegt:
“Ik loochen op 18-5-1940 in den voormiddag gezien geweest te zijn op de Moorselbaan met een pak onder den arm door den politieagent De Smet Theopfiel, gezien ik niet van huis ben geweest."
De Raedt Alfons, oud 59 jaar, plakker, wonende te Aalst, Klein Begijnhof n° 7, die ons zegt:
“Ik loochen op 18-5-1940 in den voormiddag gezien geweest te zijn op de Moorselbaan met een pak onder den arm door den politieagent De Smet Theofiel, vermits ik van huis niet ben geweest.”
Huiszoekingen bewerkt bij de vier laatst genoemden zijn zonder eenigen goeden uitslag gebleven.
Wij onderhooren nog:
Roos Emiel, gepensioneerde gendarm, wonende te Aalst, Groenstraat n° 202, die ons zegt:
“Ik wil u wel iets zeggen wat ik gezien heb maar moet verzekerd zijn dat mijn naam niet vernoemd wordt:
Zekeren Van der Poorten August, wonende te Aalst, Groenstraat n° 147, heb ik op 18-5-1940 in den voormiddag zien te huis komen met twee emmers zeep.
Zekeren De Schrijver Marie, echtegnoote Podevijn Camiel, Groenstraat 149, heb ik zien naar huis komen met twee pakken broodsuiker.”
Wij onderhooren daarover:
Van der Poorten August, wonende te Aalst, Groenstraat n° 147, die ons zegt:
“Ik heb wel twee emmers zeep naar huis gebracht, doch die 2 emmers zeep had ik gekocht 14 dagen vóór dat het huis Van Mol geplunderd werd. Ik heb die 2 emmers zeep wel gekocht van de gérant De Cock.”
De gérant De Cock zegt ons dat het mogelijk is wat Van der Poorten zegt, doch dat hij zich dat niet meer herinnert.
De Schrijver Marie, oud 49 jaar, herbergierster, echtgenoote Podevijn Camiel, wonende te Aalst, Groenstraat 149, die ons zegt:
“Alwanneer ik met 2 pakken broodsuiker naar huis gekomen ben dan waren het toch maar pakken elk van 1 kgr. Dit suiker heb ik dan wel gekocht in mijne buurt vermits ik ook herberg houd. Ik heb op 18-5-1940 van mijn deur niet geweest, overigens was het heel te gevaarlijk door het bombardement.”
Wij onderhooren:
De Coninck Serafien, handelaar, wonende te Aalst, Botermelkstraat n° 2, die ons zegt:
“Ik heb gezien dat zekere Lie Cammu genaamd, met een halve zak bloem naar huis is gekomen op 18-5-1940.”
Wij onderhooren daarover:
Van den Steen Nathalie, echtgenoote van Cami Petrus, wonende te Aalst, Botermelkstraat 44, die ons zegt:
“Ik heb geen bloem in mijn huis en heb nooit bloem in mijn huis gebracht. Ik weet niet waarom men dat zegt.”
Wijnant Aline, oud 58 jaar, huishoudster, echtgenoote van De Luyck Gustaaf, wonende te Aalst, Hoverniersstraat n° 34, die ons zegt:
“Ik heb op zaterdag 18 mei veel personen door de Binnenstraat zien gaan geladen met pakken, doch namen kan ik niet opnoemen.”
Wij opsteller verklaren dat bij al de voornoemde personen huiszoekingen werden gedaan, doch dat deze ons niets hebben opgebracht.
Waarvan akte den 11 juli 1940
De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
Moderators: Alostum, janlouies, david
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
Wij onderhoren nog:
Van Hover Hector, oud 52 jaren, politiebrigadier der stede die ons zegt:
“Op last van den heer Politiecommissaris ben ik naar het handelshuis Van Mol gegaan na de plundering en heb er vastgesteld dat het winkelhuis, de keuken en de binnenplaatsen, bewoond door de gérant De Cock, geleken op rommelkoten ’t is te zeggen een ware verwoesting.
Loketten, kassen alles wat in die plaatsen stond waren opengebroken. De siroop, gelei, zeep, koeken en allerhande waren lagen op den vloer.
Hetzelfde heb ik vastgesteld in de magazijnen die achter het winkelhuis gestaan zijn.”
Wij opsteller hebben dit alles ook vastgesteld na de plundering.
Wij brengen ook ter kennis van den heer Onderzoeksrechter dat wanneer in den laatsten brief van onderhoor Van Mol er spraak is van De Saedeleer Polydoor, Wauters Gabriel, Bombeeck Victor, Boxstael Frans en Cassiman Louis, al deze personen reeds ondervraagd waren en eene huiszoeking bij hen werd gedaan. Uitgezonderd: Boxstael Frans, deze is gesneuveld op 19 mei 1940.
Waarvan akte den 11 juli 1940
Van Hover Hector, oud 52 jaren, politiebrigadier der stede die ons zegt:
“Op last van den heer Politiecommissaris ben ik naar het handelshuis Van Mol gegaan na de plundering en heb er vastgesteld dat het winkelhuis, de keuken en de binnenplaatsen, bewoond door de gérant De Cock, geleken op rommelkoten ’t is te zeggen een ware verwoesting.
Loketten, kassen alles wat in die plaatsen stond waren opengebroken. De siroop, gelei, zeep, koeken en allerhande waren lagen op den vloer.
Hetzelfde heb ik vastgesteld in de magazijnen die achter het winkelhuis gestaan zijn.”
Wij opsteller hebben dit alles ook vastgesteld na de plundering.
Wij brengen ook ter kennis van den heer Onderzoeksrechter dat wanneer in den laatsten brief van onderhoor Van Mol er spraak is van De Saedeleer Polydoor, Wauters Gabriel, Bombeeck Victor, Boxstael Frans en Cassiman Louis, al deze personen reeds ondervraagd waren en eene huiszoeking bij hen werd gedaan. Uitgezonderd: Boxstael Frans, deze is gesneuveld op 19 mei 1940.
Waarvan akte den 11 juli 1940
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
Wij Schollaert Jozef adjunktpolitie brengen ter kennis van den heer Onderzoeksrechter Heynderickx te Dendermonde, dat gezien het hier eetwaar betreft en dat kan bederven, dat reeds de kaas begon te gisten wij die eetwaar tegen ontvangstbewijs aan het handelshuis Van Mol hebben overhandigd.
Wat betreft de kaas, waarover twijfel bestaat of hij van het handelshuis Van Mol of van de droogerij Van den Bosch zou behooren, doch daar nog niemand van de familie Van den Bosch van de vlucht is teruggekeerd, hebben wij de kaas ook aan het handelshuis Van Mol overhandigd, doch verbindt zich de firma Van Mol alles terug te geven wat van haar niet zou zijn of in ’t geval dat de rechtbank dit mocht beslissen.
Waarvan akte den 11 juli 1940
Wat betreft de kaas, waarover twijfel bestaat of hij van het handelshuis Van Mol of van de droogerij Van den Bosch zou behooren, doch daar nog niemand van de familie Van den Bosch van de vlucht is teruggekeerd, hebben wij de kaas ook aan het handelshuis Van Mol overhandigd, doch verbindt zich de firma Van Mol alles terug te geven wat van haar niet zou zijn of in ’t geval dat de rechtbank dit mocht beslissen.
Waarvan akte den 11 juli 1940
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)