Inlichtingen nopens het ontnemen van een rijwiel, te Erpe, den 22 Mei 1940
zestienden Juli veertig
Voor ons DE VEYLDER Alfred – Adjunkt-Politie ……...……. verschijnt:
VAN WESTHUYSE Jules, 36 j. verzekeraar – wonende te Aalst, St.Annalaan 22, die verklaart wat volgt:
“Ik kom verklaren dat op den 22 Mei 1940 om 18½ u. te Erpe – Vijf Huizen, mij mijn rijwiel afgenomen is geweest door Duitsche soldaten, een groep van ongeveer 30 man.
Ik doe die verklaring om later te kunnen dienen voor gebeurlijke vergoeding.”
Waarvan akte te Aalst, den 19 Juli 1940.
De Adjunkt-Politiecommissaris
De eerste dagen van de oorlog in Aalst: chaos, vlucht en plundering
Moderators: Alostum, janlouies, david
diefstal rijwiel
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
diefstal van rijwielen
19 Juli 1940
Wij DE VEYLDER Alfred - Adjunkt-Politie …………… handelende als gevolg aan de apostiel nr. 14733 in dato 16 Juli 1940 en uitgaande van den heer Procureur des Konings te Dendermonde, hebben onderhoord:
VAN DEN BROECK Leopold - politieagent ter stede die ons de volgende verklaring doet:
“Den 30 Mei 1940, rond 6 u. ’s morgens mij op dienst bevindende op de Hooge Vesten, kwamen daar bij mij twee personen die beweerden dat hun rijwiel gestolen was, die mannen noemden zich DRUPEL Werner, geboren te Meenen, 7-4-1916 en wonende te Anderlecht, Emiel Carpentierstraat nr. 61 en zijn oom DRUPEL André, ijzerdraaier - geboren te Meenen, 12-4-1901 en wonende te Meenen, Kortrijkstraat 100.
Die twee personen wezen mij eene man en vrouw aan die zij beweerden hun rijwiel gestolen te hebben. Dit waren VAN DE GENECHTEN Victor - geboren te Tessenderloo, den 28-1-1903 en er wonende Terhagenstraat 4 en HAUTVEERS Valentine - vrouw VAN DE GENECHTEN Victor - geboren te Tessenderloo, 13-11-1904 en er wonende met haar man.
De rijwielen waren van het merk VAN DEN BUSSCHE Meenen en het mansrijwiel had op kader het nummer 31.151 en het damenrijwiel 83.762. Ik vroeg aan de klagers of zij nopens die rijwielen eigendomsbewijzen hadden, daar de rijwielplaten van de rijwielen waren. Zij beantwoordden mij ontkennend en gezien de andere twee personen beweerden dat het hunne rijwielen waren en hunnen pakken er op geladen waren, zijn zij er mede vertrokken.”
Wij opsteller verklaren dat op een morgen rond 6 uur een groep personen ons op de Groote Markt te Aalst gezegd had dat twee hunner velos gestolen waren en dat een agent alles opgenomen had.
Dit was in het terugkeeren der vluchtelingen, groote troepenbewegingen en druk verkeer waardoor de agent mogelijk vergeten is er verslag over te maken.
Waarvan akte te Aalst, 19 Juli 1940.
De Adjunkt-Politiecommissaris
Wij DE VEYLDER Alfred - Adjunkt-Politie …………… handelende als gevolg aan de apostiel nr. 14733 in dato 16 Juli 1940 en uitgaande van den heer Procureur des Konings te Dendermonde, hebben onderhoord:
VAN DEN BROECK Leopold - politieagent ter stede die ons de volgende verklaring doet:
“Den 30 Mei 1940, rond 6 u. ’s morgens mij op dienst bevindende op de Hooge Vesten, kwamen daar bij mij twee personen die beweerden dat hun rijwiel gestolen was, die mannen noemden zich DRUPEL Werner, geboren te Meenen, 7-4-1916 en wonende te Anderlecht, Emiel Carpentierstraat nr. 61 en zijn oom DRUPEL André, ijzerdraaier - geboren te Meenen, 12-4-1901 en wonende te Meenen, Kortrijkstraat 100.
Die twee personen wezen mij eene man en vrouw aan die zij beweerden hun rijwiel gestolen te hebben. Dit waren VAN DE GENECHTEN Victor - geboren te Tessenderloo, den 28-1-1903 en er wonende Terhagenstraat 4 en HAUTVEERS Valentine - vrouw VAN DE GENECHTEN Victor - geboren te Tessenderloo, 13-11-1904 en er wonende met haar man.
De rijwielen waren van het merk VAN DEN BUSSCHE Meenen en het mansrijwiel had op kader het nummer 31.151 en het damenrijwiel 83.762. Ik vroeg aan de klagers of zij nopens die rijwielen eigendomsbewijzen hadden, daar de rijwielplaten van de rijwielen waren. Zij beantwoordden mij ontkennend en gezien de andere twee personen beweerden dat het hunne rijwielen waren en hunnen pakken er op geladen waren, zijn zij er mede vertrokken.”
Wij opsteller verklaren dat op een morgen rond 6 uur een groep personen ons op de Groote Markt te Aalst gezegd had dat twee hunner velos gestolen waren en dat een agent alles opgenomen had.
Dit was in het terugkeeren der vluchtelingen, groote troepenbewegingen en druk verkeer waardoor de agent mogelijk vergeten is er verslag over te maken.
Waarvan akte te Aalst, 19 Juli 1940.
De Adjunkt-Politiecommissaris
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
diefstal van een gouden zakuurwerk
Ontvreemding van gouden zakuurwerk met ketting twee scheermessen, een gilet en sleutels, te nadeele van Van der Biest Alfons, te Aalst, den 18-5-1940
19 Juli veertig
Voor ons Paelinck Louis, adjunkt-politie ………………… verschijnt:
VAN DER BIEST ALFONS, oud 69 jaar, rijtuigmaeker, wonende alhier, Geeraardsbergschestraat 229, die ons bij wijze van klacht verklaart wat volgt in ’t Vlaamsch:
“Op 18-5-1940, rond 16 uur heb ik mijn woning verlaten met mijn gezin, op bevel van de Belgische en Engelsche soldaten. Wij zijn teruggekomen op 19-5-1940, om 16 uur en heb dan vastgesteld dat mijn gouden zakuurwerk en ketting, twee scheermessen en een gilet en mijn sleutels uit mijn huis verdwenen waren. Zonder twijfel is zulks het werk van soldaten, dewelke weet ik niet, het poortje langs achter was opengestampt. Dat de soldaten in mijn huis geweest zijn kan getuigen de dochter Ottoy van nevens mij. Het gestolene heeft eene waarde van ongeveer 600 fr. te samen.”
Na lezing volhardt en naamteekent met ons.
Wij onderhooren OTTOY ANGELE, oud 18 jaar, snijdster, wonende alhier, Geeraardsbergschestraat 233, die ons verklaart wat volgt:
“Op Zondag 19-5-1940, rond 10 uur was ik eens naar huis gekomen en heb alsdan gezien dat Belgische en Engelsche soldaten uit het huis kwamen van Van der Biest Alfons. Dat is alles wat ik daarover kan zeggen.”
Waarvan akte te Aalst, den 19-7-1940.
19 Juli veertig
Voor ons Paelinck Louis, adjunkt-politie ………………… verschijnt:
VAN DER BIEST ALFONS, oud 69 jaar, rijtuigmaeker, wonende alhier, Geeraardsbergschestraat 229, die ons bij wijze van klacht verklaart wat volgt in ’t Vlaamsch:
“Op 18-5-1940, rond 16 uur heb ik mijn woning verlaten met mijn gezin, op bevel van de Belgische en Engelsche soldaten. Wij zijn teruggekomen op 19-5-1940, om 16 uur en heb dan vastgesteld dat mijn gouden zakuurwerk en ketting, twee scheermessen en een gilet en mijn sleutels uit mijn huis verdwenen waren. Zonder twijfel is zulks het werk van soldaten, dewelke weet ik niet, het poortje langs achter was opengestampt. Dat de soldaten in mijn huis geweest zijn kan getuigen de dochter Ottoy van nevens mij. Het gestolene heeft eene waarde van ongeveer 600 fr. te samen.”
Na lezing volhardt en naamteekent met ons.
Wij onderhooren OTTOY ANGELE, oud 18 jaar, snijdster, wonende alhier, Geeraardsbergschestraat 233, die ons verklaart wat volgt:
“Op Zondag 19-5-1940, rond 10 uur was ik eens naar huis gekomen en heb alsdan gezien dat Belgische en Engelsche soldaten uit het huis kwamen van Van der Biest Alfons. Dat is alles wat ik daarover kan zeggen.”
Waarvan akte te Aalst, den 19-7-1940.
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
diefstal van een rijwiel 15 mei 1940
Diefte van een toeristenrijwiel te nadeele van Verbestel Constant, te Aalst, 15-5-1940
Voor ons Paelinck Louis, adjunkt-politie …… verschijnt:
VERBESTEL CONSTANT, oud 23 jaar, huidevettersgast, wonende alhier, Nieuwbeekstraat 75, die ons bij wijze van klacht verklaart wat volgt in ’t Vlaamsch:
“Heden 15-5-1940, rond 13 uur, toen het alarmsignaal weerklonk bevond ik mij in de Brabantstraat aan de Brouwerij “Zeeberg”. Ik vluchtte aldaar de schuilplaats in mijn rijwiel dicht bij de ingangpoort op den koer achterlatende. Toen ik eenige minuten nadien de schuilplaats verliet stelde ik vast dat mijn rijwiel verdwenen was.
De beschrijving van mijn gestolen fiets luidt als volgt: Toeristenrijwiel merk “Zurko” groen-bruin gelakt, nikkeleerde velgen en slijkweerders, kabelremmen, voorzien van electrisch licht; draagt de nummerplaat 36479 Oost-Vlaanderen en heeft nog eene waarde van ongeveer 1.000 fr.
Betrekkelijk de dief kan ik geen de minste inlichting verschaffen”.
Wij opsteller zijn er niet in gelukt den dief of rijwiel te ontdekken gedurende ons onderzoek, dat verzwaard werd door het feit dat vele vluchtelingen en soldaten onze stad doortrekken.
Moesten wij met betrek op het gestolen rijwiel iets vernemen dan zal door een volgend P.V. den heer Prokureur op de hoogte gesteld worden.
Waarvan akte, den 3-6-1940
Voor ons Paelinck Louis, adjunkt-politie …… verschijnt:
VERBESTEL CONSTANT, oud 23 jaar, huidevettersgast, wonende alhier, Nieuwbeekstraat 75, die ons bij wijze van klacht verklaart wat volgt in ’t Vlaamsch:
“Heden 15-5-1940, rond 13 uur, toen het alarmsignaal weerklonk bevond ik mij in de Brabantstraat aan de Brouwerij “Zeeberg”. Ik vluchtte aldaar de schuilplaats in mijn rijwiel dicht bij de ingangpoort op den koer achterlatende. Toen ik eenige minuten nadien de schuilplaats verliet stelde ik vast dat mijn rijwiel verdwenen was.
De beschrijving van mijn gestolen fiets luidt als volgt: Toeristenrijwiel merk “Zurko” groen-bruin gelakt, nikkeleerde velgen en slijkweerders, kabelremmen, voorzien van electrisch licht; draagt de nummerplaat 36479 Oost-Vlaanderen en heeft nog eene waarde van ongeveer 1.000 fr.
Betrekkelijk de dief kan ik geen de minste inlichting verschaffen”.
Wij opsteller zijn er niet in gelukt den dief of rijwiel te ontdekken gedurende ons onderzoek, dat verzwaard werd door het feit dat vele vluchtelingen en soldaten onze stad doortrekken.
Moesten wij met betrek op het gestolen rijwiel iets vernemen dan zal door een volgend P.V. den heer Prokureur op de hoogte gesteld worden.
Waarvan akte, den 3-6-1940
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
diefstal van een damesfiets op 5 mei 1940
Diefte van een damesrijwiel, te nadeele van De Bruyn Gabrielle, te Aalst, den 15-5-1940
Voor ons Paelinck Louis, adjunkt politie ….. verschijnt
DE BRUYN GABRIELLE(*), oud 18 jaar, breister, wonende alhier, Breedestraat, die ons bij wijze van klacht verklaard wat volgt in ’t Vlaamsch:
“Heden 15-5-1940 rond den middag bevond ik mij op deErembodegemstraat tot de alarmsirène begon te huilen en de aankomst van Duitsche vliegtuigen aankondigde.
Ik begaf mij in de schuilplaats aan de fabriek “Bosteels” en toen het eindsignaal verklonk en ik de schuilplaats verliet stelde ik vast dat mijn rijwiel verdwenen was.
Wie zich daaraan heeft plichtig gemaakt kan ik niet zeggen en vermoedens heb ik op niemand. Het was een der eerste dagen van den oorlog en voorbijtrekkende soldaten evenals vluchtelingen schijnen verscheidene rijwielen gestolen te hebben op hun doortocht.
De beschrijving van mijn gestolen fiets luidt als volgt: zwart gelakte damesfiets met electrisch licht, waarvan ik het merk niet kan bepalen, nummerplaat 64107 Oost-Vlaanderen 1940. Het heeft nog een waarde van ongeveer 300 fr.”
Totnogtoe is het ons niet gelukt den dief of rijwiel te ontdekken. Het was die dagen een weg en weergeloop zonder einde en van die verwarring werd gebruik gemaakt om diefstallen te plegen.
Moesten wij iets vernemen betrekkelijk het gestolen rijwiel, dan zal met een volgend P.V. den heer Prokureur des Konings op de hoogte stellen.
Waarvan akte te Aalst, den 3-6-1940
* Moeder van Denis Meert (1954-2024)
Voor ons Paelinck Louis, adjunkt politie ….. verschijnt
DE BRUYN GABRIELLE(*), oud 18 jaar, breister, wonende alhier, Breedestraat, die ons bij wijze van klacht verklaard wat volgt in ’t Vlaamsch:
“Heden 15-5-1940 rond den middag bevond ik mij op deErembodegemstraat tot de alarmsirène begon te huilen en de aankomst van Duitsche vliegtuigen aankondigde.
Ik begaf mij in de schuilplaats aan de fabriek “Bosteels” en toen het eindsignaal verklonk en ik de schuilplaats verliet stelde ik vast dat mijn rijwiel verdwenen was.
Wie zich daaraan heeft plichtig gemaakt kan ik niet zeggen en vermoedens heb ik op niemand. Het was een der eerste dagen van den oorlog en voorbijtrekkende soldaten evenals vluchtelingen schijnen verscheidene rijwielen gestolen te hebben op hun doortocht.
De beschrijving van mijn gestolen fiets luidt als volgt: zwart gelakte damesfiets met electrisch licht, waarvan ik het merk niet kan bepalen, nummerplaat 64107 Oost-Vlaanderen 1940. Het heeft nog een waarde van ongeveer 300 fr.”
Totnogtoe is het ons niet gelukt den dief of rijwiel te ontdekken. Het was die dagen een weg en weergeloop zonder einde en van die verwarring werd gebruik gemaakt om diefstallen te plegen.
Moesten wij iets vernemen betrekkelijk het gestolen rijwiel, dan zal met een volgend P.V. den heer Prokureur des Konings op de hoogte stellen.
Waarvan akte te Aalst, den 3-6-1940
* Moeder van Denis Meert (1954-2024)
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
diefstal van een damesfiets
diefte van een damesrijwiel te nadeele van Callebaut Marie-Louise, te Aalst, den 5-5-1940
Voor ons Paelinck Louis, adjunkt-politie …….. verschijnt:
CALLEBAUT MARIE-LOUISE, oud 22 jaar, breister, wonende alhier, Breedestraat 156, die ons bij wijze van klacht verklaart wat volgt in ’t Vlaamsch:
“Heden 15-5-1940, rond den middag werd er alarm gegeven bij middel van de sirène dat er vliegmachienen in aantocht waren. Ik stelde mijn rijwiel in de Erembodegemstraat aan de fabriek “Bosteels” en vluchtte de schuilplaats in. Toen ik eenige minuten nadien de schuilplaats verliet stelde ik vast dat mijn rijwiel verdwenen was. Het was een zwart gelakte damesfiets met groene streepjes, bruin lederen zadel, nummerplaat 85835 Oost-Vl. 1940 en heeft nog eene waarde van ongeveer 500 fr.
Met betrek op den dief kan ik geene inlichtingen verschaffen en heb op niemand vermoedens”.
Wij opsteller brengen ter kennis van den heer Prokureur des Konings dat in die dagen van wilde vlucht, van voorbijtrekken van talloze vluchtelingen het ons niet gelukt is den dief te ontdekken.
Moesten wij iets vernemen betrekkelijk het gestolen rijwiel, dan zal met een volgend P.V. den heer Prokureur des Konings op de hoogte stellen.
Waarvan akte te Aalst, den 5-6-1940
Voor ons Paelinck Louis, adjunkt-politie …….. verschijnt:
CALLEBAUT MARIE-LOUISE, oud 22 jaar, breister, wonende alhier, Breedestraat 156, die ons bij wijze van klacht verklaart wat volgt in ’t Vlaamsch:
“Heden 15-5-1940, rond den middag werd er alarm gegeven bij middel van de sirène dat er vliegmachienen in aantocht waren. Ik stelde mijn rijwiel in de Erembodegemstraat aan de fabriek “Bosteels” en vluchtte de schuilplaats in. Toen ik eenige minuten nadien de schuilplaats verliet stelde ik vast dat mijn rijwiel verdwenen was. Het was een zwart gelakte damesfiets met groene streepjes, bruin lederen zadel, nummerplaat 85835 Oost-Vl. 1940 en heeft nog eene waarde van ongeveer 500 fr.
Met betrek op den dief kan ik geene inlichtingen verschaffen en heb op niemand vermoedens”.
Wij opsteller brengen ter kennis van den heer Prokureur des Konings dat in die dagen van wilde vlucht, van voorbijtrekken van talloze vluchtelingen het ons niet gelukt is den dief te ontdekken.
Moesten wij iets vernemen betrekkelijk het gestolen rijwiel, dan zal met een volgend P.V. den heer Prokureur des Konings op de hoogte stellen.
Waarvan akte te Aalst, den 5-6-1940
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)