Re: Sanguinetto
Geplaatst: 20 feb 2026, 18:51
Het eerste document dat ik ter hand neem en uit het Frans vertaal, blijkt meteen verrassend te zijn. Hieruit blijkt namelijk dat Sanguinetto werd vervolgd voor zowel diefstal als moord. Toch toont dit stuk aan dat hij uiteindelijk enkel werd veroordeeld voor de diefstal van wijn. De vervolging voor moord werd daarentegen, op bevel van de minister van Justitie, stopgezet.
De Militaire Auditeur schreef aan de Auditeur-Generaal op 1 juni 1928:
Mijnheer de Auditeur-Generaal,
Naar aanleiding van uw nr. 1905/I van 22 mei 1928 in de zaak Sanguinetto Bruno heb ik de eer u mee te delen dat in mijn ambt vier dossiers ten laste van Sanguinetto hebben bestaan.
Twee zaken ten laste van voornoemde zijn beëindigd met een vonnis van 25 juli 1925. Het onderzoek in twee andere zaken, nrs. 69A en 77A van de kennisgevingen van 1925, kon niet worden afgerond, aangezien Mijnheer de Auditeur-Generaal deze dossiers heeft opgevraagd op instructie van Mijnheer de Minister van Justitie.
De volgende feiten werden Sanguinetto ten laste gelegd:
Not. 51A:
1. In de loop van de jaren 1917 tot 1918 woonde Sanguinetto, toen Oberleutnant en adjudant-commandant van de Etappe Aalst, in het huis van de heer De Coene te Aalst. In dit huis bevond zich een grote hoeveelheid eiken- en beukenhout enz. De genaamde Arthur Liebaert heeft gezien dat de ordonnansen van Sanguinetto dit hout gebruikten om kisten te vervaardigen. Deze kisten dienden voor het verzenden van levensmiddelen naar Duitsland voor rekening van Sanguinetto.
2. Bij de wijnvorderingen had de genaamde Ferdinand De Clercq 300 flessen wijn geleverd. Hij bezat nog een groot aantal niet-gevorderde flessen wijn. In de loop van 1917 en 1918 heeft Sanguinetto, naar aanleiding van een anonieme aangifte, een huiszoeking bevolen en zelf de wijn in beslag genomen, hetgeen werd vastgesteld door de heer De Vylder, commissaris van politie te Aalst. Een groot deel van deze wijn werd door Sanguinetto geconsumeerd in de woningen van Prosper Callebaut en Charles Meert.
Not. 88A:
In de loop van oktober 1918 liet Sanguinetto de verzegelde kelder van de heer Prosper Callebaut te Aalst openen en liet er verscheidene honderden flessen wijn wegnemen. Naar aanleiding van deze diefstal vonden talrijke drinkgelagen plaats, waaraan Sanguinetto, de Kriegsgerichtsrat Almenröder en de kokkin van de heer Callebaut deelnamen, bij de heer Meert.
Sanguinetto heeft bovendien een groot deel van de bij Callebaut gestolen wijn aan Duitse officieren geschonken.
De Krijgsraad heeft de zaken samengevoegd en Sanguinetto voor al deze feiten veroordeeld tot één enkele straf van tien jaar opsluiting.
De zaken ingeschreven onder de nummers 69A en 77A zijn niet door een vonnis beëindigd.
In deze twee zaken werd Sanguinetto beschuldigd van vrijwillige doodslag onder de volgende omstandigheden:
Not. 66A:
In 1918 was de genaamde Polydore Van den Steen als burgerarbeider door Sanguinetto, commandant van de Etappe te Aalst, opgeëist. Van den Steen had zich verborgen gehouden en was aan het opeisingsbevel ontsnapt.
In juni 1918 werd Van den Steen gearresteerd en naar het huis van bewaring gebracht. Op 7 juni 1918 maakte hij deel uit van een konvooi gevangenen dat naar Duitsland werd gezonden. Deze gevangenen begaven zich te voet naar het station van Aalst om vervoerd te worden. Sanguinetto had bevel gegeven iedereen te doden die zou proberen te vluchten. Bij een poging tot ontsnapping werd Van den Steen door een Duitse soldaat gedood, die stipt het door Sanguinetto gegeven bevel uitvoerde.
Not. 77A:
Onder dezelfde omstandigheden werd de genaamde Frans Cleemput te Aalst op 11 augustus 1918 gedood toen hij, als deel uitmakend van een konvooi opgeëiste arbeiders, had geprobeerd te vluchten.
Aangezien de Belgische regering heeft beslist de vervolging te staken tegen Duitse onderdanen die vervolgd werden krachtens de artikelen 228, 229 en 230 van het Verdrag van Versailles, heb ik de eer aan het oordeel van Mijnheer de Auditeur-Generaal over te laten de vraag of eventueel de uitlevering van deze personen zou kunnen worden gevraagd aan de regering van een geallieerde of geassocieerde mogendheid.
De Militaire Auditeur schreef aan de Auditeur-Generaal op 1 juni 1928:
Mijnheer de Auditeur-Generaal,
Naar aanleiding van uw nr. 1905/I van 22 mei 1928 in de zaak Sanguinetto Bruno heb ik de eer u mee te delen dat in mijn ambt vier dossiers ten laste van Sanguinetto hebben bestaan.
Twee zaken ten laste van voornoemde zijn beëindigd met een vonnis van 25 juli 1925. Het onderzoek in twee andere zaken, nrs. 69A en 77A van de kennisgevingen van 1925, kon niet worden afgerond, aangezien Mijnheer de Auditeur-Generaal deze dossiers heeft opgevraagd op instructie van Mijnheer de Minister van Justitie.
De volgende feiten werden Sanguinetto ten laste gelegd:
Not. 51A:
1. In de loop van de jaren 1917 tot 1918 woonde Sanguinetto, toen Oberleutnant en adjudant-commandant van de Etappe Aalst, in het huis van de heer De Coene te Aalst. In dit huis bevond zich een grote hoeveelheid eiken- en beukenhout enz. De genaamde Arthur Liebaert heeft gezien dat de ordonnansen van Sanguinetto dit hout gebruikten om kisten te vervaardigen. Deze kisten dienden voor het verzenden van levensmiddelen naar Duitsland voor rekening van Sanguinetto.
2. Bij de wijnvorderingen had de genaamde Ferdinand De Clercq 300 flessen wijn geleverd. Hij bezat nog een groot aantal niet-gevorderde flessen wijn. In de loop van 1917 en 1918 heeft Sanguinetto, naar aanleiding van een anonieme aangifte, een huiszoeking bevolen en zelf de wijn in beslag genomen, hetgeen werd vastgesteld door de heer De Vylder, commissaris van politie te Aalst. Een groot deel van deze wijn werd door Sanguinetto geconsumeerd in de woningen van Prosper Callebaut en Charles Meert.
Not. 88A:
In de loop van oktober 1918 liet Sanguinetto de verzegelde kelder van de heer Prosper Callebaut te Aalst openen en liet er verscheidene honderden flessen wijn wegnemen. Naar aanleiding van deze diefstal vonden talrijke drinkgelagen plaats, waaraan Sanguinetto, de Kriegsgerichtsrat Almenröder en de kokkin van de heer Callebaut deelnamen, bij de heer Meert.
Sanguinetto heeft bovendien een groot deel van de bij Callebaut gestolen wijn aan Duitse officieren geschonken.
De Krijgsraad heeft de zaken samengevoegd en Sanguinetto voor al deze feiten veroordeeld tot één enkele straf van tien jaar opsluiting.
De zaken ingeschreven onder de nummers 69A en 77A zijn niet door een vonnis beëindigd.
In deze twee zaken werd Sanguinetto beschuldigd van vrijwillige doodslag onder de volgende omstandigheden:
Not. 66A:
In 1918 was de genaamde Polydore Van den Steen als burgerarbeider door Sanguinetto, commandant van de Etappe te Aalst, opgeëist. Van den Steen had zich verborgen gehouden en was aan het opeisingsbevel ontsnapt.
In juni 1918 werd Van den Steen gearresteerd en naar het huis van bewaring gebracht. Op 7 juni 1918 maakte hij deel uit van een konvooi gevangenen dat naar Duitsland werd gezonden. Deze gevangenen begaven zich te voet naar het station van Aalst om vervoerd te worden. Sanguinetto had bevel gegeven iedereen te doden die zou proberen te vluchten. Bij een poging tot ontsnapping werd Van den Steen door een Duitse soldaat gedood, die stipt het door Sanguinetto gegeven bevel uitvoerde.
Not. 77A:
Onder dezelfde omstandigheden werd de genaamde Frans Cleemput te Aalst op 11 augustus 1918 gedood toen hij, als deel uitmakend van een konvooi opgeëiste arbeiders, had geprobeerd te vluchten.
Aangezien de Belgische regering heeft beslist de vervolging te staken tegen Duitse onderdanen die vervolgd werden krachtens de artikelen 228, 229 en 230 van het Verdrag van Versailles, heb ik de eer aan het oordeel van Mijnheer de Auditeur-Generaal over te laten de vraag of eventueel de uitlevering van deze personen zou kunnen worden gevraagd aan de regering van een geallieerde of geassocieerde mogendheid.