Tussen verzet en collaboratie: de zaak Podevyn

Moderators: Alostum, janlouies, david

Plaats reactie
Alostum
Site Admin
Berichten: 13455
Lid geworden op: 14 mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

Tussen verzet en collaboratie: de zaak Podevyn

Bericht door Alostum »

Tussen verzet en collaboratie: de zaak Podevyn

Op de ochtend van vrijdag 24 oktober 1942 werd Jozef Podevyn, geboren te Aalst op 21 oktober 1903 en wonende aan de Asserendries 10, door twee sluipschutters neergeschoten toen hij zijn woning verliet om te voet naar het station te gaan . Alfons Van der Heyden situeert de aanslag ten onrechte in de avond, bij zijn terugkeer van een vergadering over de organisatie van de begrafenis van Staf De Clercq .
In kritieke toestand werd hij overgebracht naar het stedelijk ziekenhuis, waar hij een operatie en een bloedtransfusie onderging. Ondanks deze medische ingrepen overleed hij de volgende dag aan zijn verwondingen.
De overlijdensaangifte werd gedaan door zijn oom Emiel Podevyn, politiebrigadier, en zijn neef Richard Visart.
De Aalsterse politie startte onmiddellijk een onderzoek en ging op zoek naar getuigen van de aanslag. Daarbij legden onder meer Jozef De Smet en Agnes Poppe verklaringen af die de speurders bruikbare informatie opleverden. Intussen deden in de stad talrijke geruchten de ronde. Zo werd beweerd dat een getuige één van de daders tegen zijn medeplichtige had horen roepen: "Frans, Frans, loopt!" Ondanks verder onderzoek kon de persoon die deze woorden zou hebben gehoord nooit worden geïdentificeerd.
Podevyn was commandant van de Fabriekswacht. Reeds vóór de oorlog was hij een overtuigd VNV-militant. Hij bekleedde de functie van afdelingsleider en stond als zesde plaatsvervangend raadslid op de kandidatenlijst. Beroepshalve was hij bankbediende, maar daarnaast genoot hij ook bekendheid binnen de Vlaamse Voetbalbond. Hij was voorzitter van voetbalvereniging Sporting Aalst.
Als militair maakte hij deel uit van het 2de Linieregiment. Tijdens de Achttiendaagse Veldtocht werd hij in mei 1940 krijgsgevangen genomen. Hij verbleef tot 16 februari 1941 in het krijgsgevangenenkamp Stalag IIB te Fallingbostel in Duitsland. Na zijn terugkeer sloot hij zich aan bij de Dietsche Militie-Zwarte Brigade (DM-ZB), waar hij de functie van arrondissementscommandant bekleedde met de graad van vendelleider.
Op aandringen van onder meer Ernest Van den Berghe gaf hij zijn betrekking op en trad hij toe tot de Fabriekswacht, waar hij werd gezien als een tegengewicht voor Turcksin. In 1941 werd hij er tot commandant benoemd. Vanuit zijn woonplaats Aalst pendelde hij dagelijks per trein naar Brussel.
Nog op de dag van de aanslag loofde het Aalsterse stadsbestuur, op bevel van de Duitse Kommandantur, een premie van 50.000 frank uit voor informatie die kon leiden tot de identificatie van de daders. Tegelijk dreigden de Duitse bezettingsautoriteiten met de executie van twaalf Aalsterse gijzelaars indien de aanslag onopgehelderd zou blijven.

Ook burgemeester Bocqué liet een affiche verspreiden waarin hij de aanslag scherp veroordeelde. Hij waarschuwde dat dergelijke acties zware represailles konden uitlokken, waarvan de gevolgen door de volledige bevolking zouden worden gedragen.
Na de bevrijding werd Leon De Lange aangehouden op verdenking van het verraden van Remi Van Weyenbergh en Jan Van den Abbeele, beiden afkomstig uit Denderbelle en lid van het Partizanenleger (O.F.). Zij werden beschouwd als de uitvoerders van de aanslag op Podevyn. Ze zouden zijn aangehouden op aanwijzing van Leo De Lange, die samen met de Gestapo in café J’Attendrai, op de hoek van de Marktweg en de Capucienenlaan met de aanslagplegers had afgesproken. Ook het O.F. verwees hiernaar in zijn blad van 28 juli 1946 met de woorden: "In de J’attendrai, ge weet wel hé, in die café woar da die felle mokken zijn."
Een Duitse bron vermeldt daarentegen dat Kiondo, de speurhond van rijkswachter Emiel Steenhaut, de speurders op het spoor van de daders bracht. Ook De Gazet van Aalst van 25 oktober 1962 vermeld dat het Duitse politieapparaat onmiddellijk in werking trad en urenlang de omgeving van de Asserendries afzocht met behulp van speurhonden.
Over de arrestatie van Van Weyenbergh en Van den Abbeele bestaan verschillende lezingen. Volgens sommige bronnen werden zij door de Feldgendarmerie aangehouden toen zij het zwembad aan de Capucienenlaan verlieten. Anderen beweren dan weer dat ze werden aangehouden in het café J’Attendrai.
Na hun arrestatie op 28 november werden beide mannen overgebracht naar het Fort van Breendonk en vervolgens naar de gevangenis van Vorst. Daar werden zij door een executiepeloton terechtgesteld. Over de exacte datum van hun executie bestaat echter onduidelijkheid. Sommige bronnen vermelden 12 december 1942 , terwijl andere 5 of 10 december 1942 aangeven.

Leo De Lange, geboren te Aalst op 3 maart 1914 en wonende in de Cumontstraat 6, stond reeds vóór de oorlog bekend bij de politie. In een proces-verbaal van 20 oktober 1939 beschreef politiecommissaris Van de Winckel hem als een voormalige communist, actief in extremistische bewegingen, een boezemvriend van Bert Van Hoorick en een "heimelijke en gevaarlijke kerel" die niet werkte, van een uitkering leefde en zich toch per auto verplaatste.
Volgens Bert Van Hoorick maakte Leo De Lange vóór de oorlog deel uit van de communistische jeugdbeweging. In die periode zou hij in de Sint-Martinuskerk een duif hebben laten vliegen waaraan een rood vlaggetje was bevestigd. Na De Lange’s breuk met de communistische partij waarschuwde deze hun leden om elk contact met De Lange te vermijden.
De vroegere vriendschap tussen De Lange en Van Hoorick zou reeds vóór de oorlog zijn omgeslagen in een diepe vijandschap. Volgens sommige getuigen zou Van Hoorick tijdens een communistische bijeenkomst in een naburige gemeente zelfs hebben opgeroepen om Leo De Lange ter dood te veroordelen. Aanleiding hiervoor zou zijn geweest dat De Lange zich van de communistische beweging had afgescheiden.
Volgens Jos Ghysens verkeerde De Lange tijdens de oorlog in verzetskringen. Daardoor zou hij op de hoogte zijn geweest van geplande wraakacties en sabotagedaden. Volgens Van der Heyden beweerden sommigen dat De Lange zelf in een concentratiekamp terecht kwam en er zou zijn overleden.
De Lange heeft inderdaad in Buchenwald en in de zoutmijnen van Tarthun verbleven, maar in tegenstelling tot wat Van der Heyden schreef heeft hij deze strafkampen overleefd.
Straffer zelfs, hij werd na de bevrijding door de Krijgsraad van Gent ter dood veroordeeld voor de vermeende verklikking van Van den Abbeele en Van Weyenbergh.

De Lange bleef echter steeds zijn onschuld volhouden (hierover later meer).

Bronnen:
DE LANGE, LEO, A.R.A. genadedossier, T 552-573-82203
Find a Grave, Website
GHYSENS, J. & B., De Duitse bezetting te Aalst 1940-44, Aalst, 1983, blz. 62
MEERT, DIRK, Van weerstander naar ‘gestapo’, Aalst, 2026, blz. 84
S.A.A.-PV-24/10/1942
VAN DER HEYDEN, A. Oorlogskroniek der stad Aalst. De tweede maal, Aalst, 1976, blz. 40
VAN HOORICK, BERT, in tegenstroom, Gent, 1983, blz. 104
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
gustvdb
Berichten: 81
Lid geworden op: 27 mei 2014, 18:42

Re: Tussen verzet en collaboratie: de zaak Podevyn

Bericht door gustvdb »

Jozef Podevyn woonde in de Asserendries op nr 64.
Hij werd neergeschoten op de grens tussen de huidige woningen 10 en 12 (het huis met het huidige nummer 10 werd pas begin jaren 60 gebouwd en dit perceel was nog braakliggend in 1942).
Plaats reactie

Terug naar “Collaboratie, repressie en verzet”