BOONBERICHTEN 28/02/2026
Waarlijk dat gaat te verre…
Binnenkort verschijnt een nieuw boek in de zo al rijke en bonte verzameling van
boekwerken die doorheen de tijd door diverse verdienstelijke Aalsterse amateur-historici
zijn gepubliceerd. De nieuwste telg draagt als titel ‘Waarlijk dat gaat te verre’, en is van de
hand van Aalstenaars David Goossens en Jo Vandooren.
Het boek bestrijkt de periode 1875 tot 1900, het laatste kwart van de 19de eeuw, oftewel
het eerste gedeelte van de Belle Epoque. Het was de tijd van de tweede industriële
revolutie, van uitvindingen en nieuwe technologieën; de tijd van het ontstaan van
massaproductie en productielijnen, de tijd waarin fabrieken - vooral textielfabrieken - in
steden zoals Aalst als paddenstoelen uit de grond verrezen. De tijd van
vooruitgangsoptimisme maar ook van uitbuiting van de werkende klasse, van
kinderarbeid, van onbeteugelde dronkenschap; de tijd waarin de sociale strijd ontlook en
in het industriestadje Aalst haar apotheose kende in de persoonlijke titanenstrijd tussen
Daens en Woeste.
De auteurs vonden inspiratie bij Louis Paul Boon, en met name in zijn boeken ‘De Zwarte
Hand’ en ‘Het jaar 1901’, vooral wat betreft de gehanteerde methodiek. Zoals Boon
hebben zij de processen-verbaal van de Aalsterse politie van die periode doorploeterd.
Tweeduizend in totaal, waarvan ze uiteindelijk een 500-tal overhielden om als grondstof
voor de vele anekdotes in hun boek te gebruiken. Uiteindelijk selecteerden ze er een
honderdtal met als rode draad herbergen en herbergiers. Alle in hun boek opgenomen
verhalen hebben een link met één of meer Aalsterse herbergen uit die tijd.
En dat waren er veel. Voor sommigen veel te veel. Aan die vaststelling ontlenen de
enthousiaste auteurs de titel van hun boek: ‘Waarlijk dat gaat te verre’, een citaat uit de
katholieke Aalsterse krant ‘De Denderbode’, die op 30/9/1888 met gram commentarieert:
‘De plaag der herbergen neemt hier van dag tot dag toe. Heden telt men in onze stad 636
herbergen, drinkhuizen en kroegen. Dit is dus 1 herberg op 9 huizen en (…) eene herberg
voor 9 personen (…). Waarlijk dat gaat te verre !’
Voor de auteurs was het een dubbele reis in de tijd. Eensdeels ontdekten ze in de vele
PVs de sappige en saillante details van het harde werkmansbestaan in de industriestad
Aalst en de ontluikende sociale strijd, en anderdeels, leek het alsof ze in het spoor van
Louis Paul Boon liepen, sommige van de door hen geraadpleegde processen-verbaal
droegen kanttekeningen duidelijk in het handschrift van Boon.
Aan die stadsarchieven die Boon gebruikte als bronnenmateriaal voor zijn ‘De Zwarte
Hand’ en ‘Het jaar 1901’ zijn enkele mooie, spitante anekdotes verbonden - het mysterie
van het verdwenen paneel ‘De Rechtvaardige Rechters’ van het Lam Gods waardig. Wie
daarover meer wil weten, kan terecht in het excellente nawoord bij de editie ‘De Zwarte
Hand/Het jaar 1901’ als deel 19 van het Verzameld Werk van Louis Paul Boon, uitgegeven
door de Arbeiderspers (2024).
Co-auteur David Goossens (°1973) - in het beroepsleven medewerker van de
inkoopafdeling van Colruyt - is niet aan zijn proefstuk toe: hij was al (mede-)auteur van
verschillende boekwerken en brochures over de meest gevarieerde deelaspecten van de
Aalsterse geschiedenis. Gevraagd naar de essentie van hun boek, antwoordt hij gevat:
‘rampen, misdaden en ongelukken’. Met herbergen als rode draad.
David Goossens leerde Louis Paul Boon kennen via de Kapellekensbaan. Hij was er zo
door gegrepen dat hij tijdens zijn humanoriatijd op een katholiek college in Aalst in de
jaren 1980 een boekbespreking maakte voor de lessen Nederlands. Alleen had hij niet
begrepen dat de Kapellekensbaan in katholieke scholen toen nog steeds op de verboden
lijst stond. Hij kreeg dus nul op het rekest. ‘Beter blote Jan dan dode Jan’, is dan ook niet
toevallig zijn lievelingsquote van Boon.
Co-auteur Jo Vandooren vindt na een lange carrière in de IT-sector onverwacht een
nieuwe roeping in een totaal ander segment van de menselijke bedrijvigheid. Die ‘kleine’
geschiedenis (van Aalst) is iets wat hem niet meer loslaat. Hij staat ermee op en gaat
ermee slapen. Voor hem is het citaat van Louis Paul Boon ‘waar fabrieksrook naar boven
gaat, valt de mens naar beneden’ het sprekendste beeld dat de periode van het boek
illustreert. ‘De vallende mens in ons boek is dan zowel degene die letterlijk uit vensters of
onder karren valt, als degene die moreel valt door het begaan van (mis)daden.'
De auteurs kregen het zo in hun schik met dit boekproject dat ze meteen maar een
vereniging hebben opgezet, jawel met dezelfde naam als hun boek: ‘Waarlijk dat gaat te
verre’. Hopelijk gaan ze nog heel verre.
Hun volgende projecten behelzen de tweede periode van de Belle Epoque (1901 - 1914)
en de weggevoerden van WO II. Bij dit laatste onderwerp is Jo Vandooren persoonlijk
betrokken: zijn grootvader was één van de weggevoerden.
Nog het vermelden waard: de illustraties werden verzorgd door Lara Vandooren, de
dochter van Jo.
Voor de geïnteresseerden: op donderdag 5 maart aanstaande om 19 uur wordt het boek
door de auteurs voorgesteld in 't Gasthuys - Stedelijk Museum Aalst, Oude Vismarkt 13,
9300 Aalst. Gratis toegang.
Wie het boek wil bestellen, kan dat via overschrijving van 19,99 € op bankrekening
BE31 8940 0179 5655 op naam van Vandooren j. – Goossens D. Levering in Aalst is
gratis, buiten Aalst bedragen de verzendingskosten 5,90€ (via een afhaalpunt) of 7,60€
(aan huis geleverd). Meer informatie via:
waarlijkdatgaatteverre@gmail.com