Hauwelaert Lodewijk Emiel (° Aalst 27/10/1900), metser, Groenstraat 138, verklaarde:
“Ik ben op 18 mei 1940 in den voormiddag in ’t huis Van Mol niet geweest.
Mijn dochter Clothilde, 11 jaar oud, is wel naar huis gekomen met een klein potje gelei zeggende dat ze dat ontvangen had van soldaten.
Dat potje gelei is reeds verbruikt”.
Hauwelaert Clothilde (° Aalst 29/05/1928), verklaarde:
“Ik heb wel een potje gelei gekregen aan ’t huis Van Mol van een soldaat”.
Bron: S.A.A. P.V's
De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
Moderators: Alostum, david, janlouies
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
Heiremans (Heirman) Camiel (° Aalst 02/03/1900), katoenbewerker, Groenstraat 96, verklaarde:
“Ik loochen uitdrukkelijk eetwaar binnen of buiten het huis Van Mol weggehaald te hebben.
Op 18 mei 1940 rond 6 uur ’s morgens ben ik op de vlucht gegaan naar Meenen”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
“Ik loochen uitdrukkelijk eetwaar binnen of buiten het huis Van Mol weggehaald te hebben.
Op 18 mei 1940 rond 6 uur ’s morgens ben ik op de vlucht gegaan naar Meenen”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
De Cocker Alfons (° Zonnegem 02/09/1904), metserdiender, Groenstraat, verklaarde:
“Ik ben soldaat en was op 18 mei 1940 te Loppem. Mijn vrouw was met haar 2 kinderen in de Langestraat bij haar broer Louis Van Vaerenbergh op de vlucht. Zoodus kan ik geen eetwaar gestolen of verdeeld hebben bij Van Mol”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
“Ik ben soldaat en was op 18 mei 1940 te Loppem. Mijn vrouw was met haar 2 kinderen in de Langestraat bij haar broer Louis Van Vaerenbergh op de vlucht. Zoodus kan ik geen eetwaar gestolen of verdeeld hebben bij Van Mol”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
Tombeur Albert (Robert) (° Aalst 16/01/1884), brouwersgast, Groenstraat 51, verklaarde:
“Het is niet waar dat ik koopwaar zou weggehaald hebben in het huis of buiten het huis Van Mol. Indien Bogaert Frans mij gezien heeft met pakken, dan waren die pakken gevuld met radiolampen en 2 radio’s voortkomende van huis Van Eeckhout Onderwijsstraat alhier, deze laatste had me de toelating gegeven die radiotoestellen bij hem weg te halen om bij mij in veiligheid te brengen.
Ik heb in mijn huis absoluut niets van het huis Van Mol”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
“Het is niet waar dat ik koopwaar zou weggehaald hebben in het huis of buiten het huis Van Mol. Indien Bogaert Frans mij gezien heeft met pakken, dan waren die pakken gevuld met radiolampen en 2 radio’s voortkomende van huis Van Eeckhout Onderwijsstraat alhier, deze laatste had me de toelating gegeven die radiotoestellen bij hem weg te halen om bij mij in veiligheid te brengen.
Ik heb in mijn huis absoluut niets van het huis Van Mol”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
Van Sande Ivo (° Aalst 01/02/1898), Groenstraat 66, verklaarde:
“Ik loochen volstrekt in of buiten het huis Van Mol geweest te hebben om er koopwaar te stelen of te aanvaarden van soldaten.
Ik ben op zaterdag 18-5-1940 om 5 uur vertrokken naar Dixmuide.
Ik bezit niets van ’t huis Van Mol”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
“Ik loochen volstrekt in of buiten het huis Van Mol geweest te hebben om er koopwaar te stelen of te aanvaarden van soldaten.
Ik ben op zaterdag 18-5-1940 om 5 uur vertrokken naar Dixmuide.
Ik bezit niets van ’t huis Van Mol”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
De Schrijver Maria (° Aalst 22/09/1891), caféhoudster, echtgenote van Emiel Podevijn, Groenstraat 149, verklaarde:
“Ik loochen volstrekt iets van koopwaren uit of buiten het huis Van Mol weggehaald te hebben. Ik bezit ook niets in mijn huis.
Ik weet niet waarom men mij daarom verdenkt”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
“Ik loochen volstrekt iets van koopwaren uit of buiten het huis Van Mol weggehaald te hebben. Ik bezit ook niets in mijn huis.
Ik weet niet waarom men mij daarom verdenkt”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
Cassiman Louis (° Aalst 19/09/1899), schoenmaker, Groenstraat 99, verklaarde:
“Ik beken op 18 mei 1940, in den voormiddag 1 pak suiker en 1 pak … (?) gekregen te hebben van soldaten die mij schenen te zijn van het 13 linieregiment.
Die waar heb ik ontvangen op een afstand van 60 meters van het huis Van Mol.
Die koop waar staat nog in mijn huis en wel ongeschonden, daar ik niet weet van wien ze was, en ik dat voor mij niet wil houden. Ik wachtte op het adres van den eigenaar ervan.
Anders heb ik in mijn huis geen koopwaar van het huis Van Mol.
Ik draag die waar onmiddellijk bij Van Mol en zal u ontvangstbewijs van brengen”.
Bron: S.A.A. P..V.'s
“Ik beken op 18 mei 1940, in den voormiddag 1 pak suiker en 1 pak … (?) gekregen te hebben van soldaten die mij schenen te zijn van het 13 linieregiment.
Die waar heb ik ontvangen op een afstand van 60 meters van het huis Van Mol.
Die koop waar staat nog in mijn huis en wel ongeschonden, daar ik niet weet van wien ze was, en ik dat voor mij niet wil houden. Ik wachtte op het adres van den eigenaar ervan.
Anders heb ik in mijn huis geen koopwaar van het huis Van Mol.
Ik draag die waar onmiddellijk bij Van Mol en zal u ontvangstbewijs van brengen”.
Bron: S.A.A. P..V.'s
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
De Neef Clemens (° Aalst 13/08/1902), loodgieter, Groenstraat 140, verklaarde:
“Ik loochen uitdrukkelijk eetwaren of gelijk welke koopwaren gestolen te hebben in het huis Van Mol, en ook geen ontvangen te hebben van Belgische soldaten.
Ik bezit niets in mijn huis van het huis Van Mol”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
“Ik loochen uitdrukkelijk eetwaren of gelijk welke koopwaren gestolen te hebben in het huis Van Mol, en ook geen ontvangen te hebben van Belgische soldaten.
Ik bezit niets in mijn huis van het huis Van Mol”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
Wauters Isidoor (° Aalst 12/07/1883), politieagent, Drie Veldenweg 4, verklaarde:
“Ik heb geen enkel koopwaar bij Van Mol teruggedragen en er ook geen in ontvangst genomen van zoodra ik wist dat twee mijner dochters die getrouwd zijn en bij mij niet inwonen, koopwaren hadden van het huis Van Mol, heb ik hen onmiddellijk bevel gegeven die koopwaar terug te dragen wat ze ook gedaan hebben.
Het is ten onrechte dat men mijn naam op den lijst der teruggebrachte koopwaar heeft gezet”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
“Ik heb geen enkel koopwaar bij Van Mol teruggedragen en er ook geen in ontvangst genomen van zoodra ik wist dat twee mijner dochters die getrouwd zijn en bij mij niet inwonen, koopwaren hadden van het huis Van Mol, heb ik hen onmiddellijk bevel gegeven die koopwaar terug te dragen wat ze ook gedaan hebben.
Het is ten onrechte dat men mijn naam op den lijst der teruggebrachte koopwaar heeft gezet”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
Re: De plundering van het ‘Huis Van Mol’ in de Hovenierstraat 23
De Neef Albert (° Aalst 17/01/1887), metser, Binnenstraat 44, verklaarde:
“In de Binnenstraat heb ik op de straat gevonden en wel op zaterdag 18 mei 1940 in den voormiddag suiker dat open gestrooid lag op de straat.
Ik wist niet van wie dat was en heb het verbruikt.
Ik heb niets anders van het huis Van Mol in mijn bezit en heb aan het huis Van Mol niet geweest terwijl men aldaar aan het plunderen was”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
“In de Binnenstraat heb ik op de straat gevonden en wel op zaterdag 18 mei 1940 in den voormiddag suiker dat open gestrooid lag op de straat.
Ik wist niet van wie dat was en heb het verbruikt.
Ik heb niets anders van het huis Van Mol in mijn bezit en heb aan het huis Van Mol niet geweest terwijl men aldaar aan het plunderen was”.
Bron: S.A.A. P.V.'s
De taak van historici is te herinneren wat anderen vergeten. (Eric Hobsbawm)
Terug naar “Tweede Wereldoorlog”
Wie is er online
Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten