De wijn van mijnheer Liénart

Moderators: Alostum, janlouies, david

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11971
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

De wijn van mijnheer Liénart

Berichtdoor Alostum » 16 Mar 2020, 10:43

In onze brochure “Aalst 1914-1918” uit 2015 hadden we het over de zaak rond de wijn van mijnheer Liénart op de Grote Markt.

“De bevelhebber van de Duitse troepen die Aalst innamen was von Meyer. Hij vestigde zijn hoofdkwartier in het Hôtel du Comte de Flandre op het Statieplein. Hij werd opgevolgd door Generaal Jung, die een Etappen-kommandantur inrichtte in het huis Liénart op de Grote Markt. De eigenaar van dit pand, Camille Liénart, was met zijn gezin gevlucht voor het geweld en had de sleutel en de zorgen voor zijn woonst toevertrouwd aan zijn bediende (chauffeur) Charles Van Stijvendaele. Toen de Duitsers Charles ervan op de hoogte brachten dat ze hun Kommandantur gingen installeren in het huis Liénart, herinnerde Charles zich de goed gevulde wijnkelder in de woning en wist hij deze voorraad (1.000 flessen) onder de neus van de Duitsers nog snel te verkopen aan Camiel Van Hecke, die ze op zijn beurt doorverkocht aan de Duitsers. De dag dat de Duitsers hun intrek namen in het huis Liénart, stonden de flessen mooi ingepakt, netjes ‘geleverd’, in de toegangshal … de wijn had het huis nooit verlaten!”

Afbeelding
Het "Soldatenheim" in de Graaf van Egmont en het huis Liénart (eigen collectie)

Nu vijf jaar later vond ik nog een proces-verbaal over deze zaak. Commissaris Van de Winckel ging op 25 juni 1919 over tot een huiszoeking bij deze snoodaards. De aanklacht tegen hen luidde “Huiselijken diefstal en verheling” en het proces-verbaal kwam er op vraag van de onderzoeksrechter Geerinckx te Dendermonde.

“Wij ………..
Om te volkomen aan de hierbij gevoegde requisistorium van den heer Onderzoeksrechter Geerinckx te Dendermonde in datum van 18 der zelfde maand n° 5408 begeven ons vergezeld van onzen adjunkt Mr. Gits en de heer Sercelé ten huize van Verhulst Louis, Van Hecke Camiel en Van Stijvendael alhier ten einde fleschen wijn, huisraad, enz. te ontdekken.
Bij de 2 eersten vinden wij niets, maar bij Van Stijvendael vinden wij een twintigtal papieren die wij hierbijvoegen en schijnen den eigendom van Mr. Lienart te zijn.
Wij nemen die papieren in beslag.
Verders vinden wij in de lijnwaadkas, 19 nieuwe grauwe lijnwaden handdoeken en 21 nieuwe geruite handdoeken”.
Van Stijvendael Charles, niet te huis zijnde is het zijne vrouw Stautemans, Adele, 28 jaar, wonende Albert Liénartstraat, die ons ontvangt.
Zij verklaarde in ’t Vlaamsch:
“De papieren heeft mijn man uit het huis van mr. Liénart medegebracht en hield hij te zijne beschikking.
De handdoeken heb ik in het huis Liénart waar de kommandatuur was van een duitsche soldaat gekocht. Ik kan dit niet bewijzen, maar zij zijn in alle geval niet van mr. Liénart.
Wij hebben volstrekt niets uit het huis van mr. Liénart genomen tenzij 1000 flesschen wijn die mijn man aan Van Hecke Camiel verkocht heeft om niet door de duitschers gepakt te worden. De 1500 fr. die hij er voor gekregen heeft, zijn te beschikking van mr. Liénard. Het zijn de gasten van Van Hecke die ze in het huis van mr. Liénart komen emballeeren hebben”.
Wij ondervragen ’s anderdaags Van Styvendael Charles, chauffeur te Aalst, Albert Liénartstraat, die ons verklaart in ’t Vlaamsch:
“Ik loochen meubels of iets anders uit het huis van mr. Liénart genomen te hebben tenzij de papieren die ge bij mij in beslag genomen hebt. Wat de flesschen wijn betreft dit zal ik maar rechtuit zeggen. Ik heb 800 flesschen wijn verkocht aan Camiel Van Hecke, omdat de duitschers de schuilplaats ontdekt hebbende, zij hem gingen stelen. Ik heb de 800 flesschen verkocht tegen 5 fr. de flesch zijnde 4000 fr. die ik te beschikking houd voor mr. Liénart. De wijn is niet uit den huize gegaan, want Van Hecke die de wijn aan de duitschers verkocht en er alle dagen aanbracht is er levering komen van nemen en heeft aan mij betaald. Aanstonds daarna heeft hij ze aan de duitschers geleverd maar ik weet niet tegen hoeveel.
Ik heb daar aan niemand van gesproken en heb dit gedaan omdat mr. Sercelé mij sedert lang niet meer betaalde, en ik met vrouw en kinderen moest voortleven. Een bewijs dat ik de interesten van mr. Liénart behartigd heb is dat er nog 187 slaaplakens, 179 tailes d’oreilles, 800 handdoeken en servietten, 400 kg. koper van alle slach, zilverwerk, porcelein, enz… kunnen wegsteken en onbeschadigd te voorschijn heb gehaald na den wapenstilstand. Dit alles had ook verdwenen geweest, zonder mij. Mr. Sercelé heeft mij ook ten laste gelegd van met een valsche sleutel in de billardzaal gedrongen te zijn, waarvan hij 2 sleutels had maar de duitschers op zekeren dag de deur die zaal toevindende, heb ik eralgauw zelf eenen sleutel opgemaakt, anders stampten zij de deur in en moet ik gezegd hebben dat mr. Sercelé met de sleutels weg was, de duitschers zouden hem zeker naar Duitschland gesteken hebben”.
Van Hecke Camiel, 44 jaar handelaar te Aalst, Baudewijnkaai, verklaart in’t Vlaamsch:
“Wetende dat ik wijn aan de duitschers der kommandantuur leverde is Charles Van Stijvenael mij op zekeren dag komen zeggen dat de duitschers die in het huis zijn meesters waren en er kommandantuur hielden, de schuilplaats van den wijn ontdekt hadden en zij hem zouden gestolen hebben. Hij vroeg mij terzelvertijd of ik hem wilde medeleveren met den wijn die ik er voor de duitschers bracht en heb daarom toegestemd op voorwaarde dat hij hem zelf emballeerde.
Ik ben dan naar de kommandantuur gekomen huis Liénart, en vond daar de wijn in kisten geemballeerd in den corridor. Ik heb op de kommandantuur gehoord dat het wijn was, die ik daar gebracht had en heb hem aan de duitschers verkocht tegen 5 fr. en dadelijk het geld aan Van Stijvendael gegeven. Het is onwaar dat mijn gasten dien wijn geemballeerd hebben”.
Verhulst Louis, niet te huis gevonden hebbende. Hebben wij met de vrouw gesproken die beweerde nooit meubels of iets dergelijks uit het huis Liénart ten harent gehad te hebben.

Waarvan akte
(get.) Van de Winckel


Verder leren we ook nog uit een p.v. van 25 mei 1919 dat Charel Van Stijvendaele ook nog goed bevriend was met Berghmann, hoofd van de Duitse geheime politie. Zo zat hij op 29 september 1918 's avonds samen met Edgard Schouppe bij Berghmann in de Stationsstraat te drinken en te kaarten.

Afbeelding
Stadhuis met op de voorgrond enkele Duitse soldaten en heel wat nieuwsgierige Aalstenaars en links de Duitse vlag aan het huis Liénart (eigen collectie)

Bronnen:
- LOUIES JAN & MEERT DIRK, Aalst 1914-1918, 2015
- S.A.A. P.V.'s 1919
"De stad is een labyrint, we lopen er door als door een rebus, een reeks geheimen die we tot elke prijs willen ontsluieren met een hardnekkigheid die wij in onze zoektocht leggen" (A. Cohen, 1988)

Terug naar “Eerste Wereldoorlog”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

Advertentie