Burny - geschiedenis

Moderators: Alostum, janlouies, david

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11895
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

Re: Burny - geschiedenis

Berichtdoor Alostum » 08 Jun 2014, 12:13

Geplaatst: 03 Jan 2012 12:53 pm
Alostum schreef:Hoe het kwam dat Felix De Hert ondertekende als burgemeester:

Door een gelukkig toeval kan men te Aalst een naamloos schrijven onderscheppen waarin aan de Duitse Kommandantur gemeld werd dat er in het stadhuis nog heel veel wapens verborgen zijn van de pompiers en de burgerwacht. Men wil de Duitsers vóór zijn en onmiddellijk wordt met hulp van politie en brandweer gezorgd dat de wapens verdwijnen (meestal in de Dender gegooid). Dan gaf het stadsbestuur zelf kennis aan de Duitse overheid van de inhoud van de brief. Deze zetten gans het stadhuis overhoop en deden huiszoeking bij de politie, maar ze kwamen te laat ! Toch werden verscheidene politieagenten en brandweerlieden aangehouden en naar de gevangenis "De Nieuwe Wandeling" te Gent overgebracht. Ook burgemeester Van Den Bergh was er bij. Hij zal tot 5 april opgesloten blijven. Op den duur kregen de Duitsers toch bekentenissen over het verdwijnen der wapens. Iedereen werd gestraft van 2 maand tot 1 jaar gevang. De Heer Van Den Bergh kreeg 4 maand. Maar meer dan ransels hadden de Duitsers niet gevonden. Tot einde mei duurde het onderzoek nog voort en slechts op 22 september zou hij vrijkomen. De stad had ondertussen een boete gekregen van 50.000 mark. In oktober moest J. Van den Bergh weer het burgemeesterschap op zich nemen, hij was tot dan vervangen door de Heer De Hert. Deze zaak is in verschillende zittingen van het Krijgsgerecht behandeld geweest, maar wie er het meest last mee heeft gehad, was voorzeker de Heer J. Van den Bergh. Hij werd de eerste maal opgesloten van 25 maart tot 5 april. Op 17 april gaat hij weer de gevangenis in, ditmaal tot 9 mei. Hij komt weer vrij, maar moet op 22 mei voor het Krijgsgerecht verschijnen en wordt opgesloten tot 22 september 1917. Ondertussen wordt De Hert waarnemend burgemeester. De stad krijgt om te beginnen 50.000 fr. boete. De politiemannen en andere personen die bij deze zaak ook betrokken waren geweest kregen gevangenisstraf van 3 tot 12 maand. Maar de Duitse politie heeft nooit de hele zaak kunnen oplossen en de wapens uit de Oude Dender kunnen opvissen. De dader is nooit kunnen ontdekt worden, iedereen was er nochtans van overtuigd dat het hier om een gemene wraak ging... .

Felix De Hert was zelf nog maar een paar maanden vrij, hij was opgesloten geweest wegens spionage van 2-9-1916 tot 2-1-1917.

bron: A. Van der Heyden, Oorlogskroniek der stad Aalst
We zijn verantwoordelijk voor de geschiedenis, zoals gekken verantwoordelijk zijn voor de oprichting van gestichten (Léon Werth)

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11895
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

Re: Burny - geschiedenis

Berichtdoor Alostum » 08 Jun 2014, 12:14

Geplaatst: 14 Aug 2012 12:09 am
esja schreef:Soms kan het leven cru zijn, ik heb reeds gesteld dat Burny mij achtervolgde, dat ik er mee opstond en ging slapen.
Ik voelde mij nu na deze twee jaar een echte Burny kenner en was al begonnen een uitgave over Burny te schrijven.
Ik was vorige week in het archief nog enkele details aan het opzoeken, toen Dirk De Buck een praatje kwam maken, het gesprek kwam op Burny en, 's avonds telefoneerde Dirk of ik donderdag in het archief kon zijn, betreffende Burny.
Grote verrassing, Dirk deed een schenking aan het archief van de nalatenschap van Notaris Breckpot betreffende Burny. Naar schatting 70 actes en een 5 kg nota's lagen daar op tafel te lachen.
Donderdag en vrijdag heb ik reeds een 800 tal foto's genomen, samen goed voor 3 gig gegevens, werkelijk interessante gegevens.
Ik ben vanavond door mijn eerste deel foto's doorgeraakt en ben gestart aan het herschrijven van wat ik reeds wist over de brouwerij.
Ik ga morgen door met het fotograferen, ik heb nog zo een 2/3 te doen, benieuwd wat daar nog alles gaat uitkomen.
Ik heb het al gesteld, Burny lag me van in zijn graf uit te lachen, maar nu, met deze gegevens zal het lachen hem wel vergaan.

Een vraag voor het forum, is er iemand die iets meer weet over het jachtongeval dat zich op het Burny jachtgoed (= scoutsdomein op de grens Hofstade-Gijzegem) heeft afgespeeld?
We zijn verantwoordelijk voor de geschiedenis, zoals gekken verantwoordelijk zijn voor de oprichting van gestichten (Léon Werth)

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11895
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

bouwvergunning 1921

Berichtdoor Alostum » 08 Jun 2014, 12:14

Geplaatst: 06 Dec 2013 04:57 pm
Alostum schreef:Bij mijn zoektocht naar een bouwvergunning voor het monument op de Graanmarkt stuitte ik toevallig op een bouwvergunning afgeleverd in 1921 aan Louis Burny om een wijziging aan te brengen aan de voorgevel van de brouwerij aan de Van Wambekekaai.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

volledig plan (blauwdruk)

Afbeelding

oude toestand (geconverteerd naar grijswaarde)

Afbeelding

nieuwe toestand (geconverteerd naar grijswaarde)

Afbeelding

(bron: S.A.A. bouwvergunningen 1921)
We zijn verantwoordelijk voor de geschiedenis, zoals gekken verantwoordelijk zijn voor de oprichting van gestichten (Léon Werth)

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11895
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

Re: Burny - geschiedenis

Berichtdoor Alostum » 16 Jan 2020, 19:57

In verband met de tijdens W.O.I verborgen wapens vond ik nog een interessante gegeven. Op 13 februari 1921 werd door de adjunct-politiecommissaris Petrus Van Nuffel volgend P.V. opgemaakt:

13 Februari een en twintig, om drie uur namiddag.
Wij Van Nuffel Petrus Jozef, Adjunct-Politie handelende in uitvoering van het apostiel n° 3470, in dato 31 Januari ll., uitgaande van den Heer Procureur des Konings, te Dendermonde, en, als gevolg aan den hierbijgevoegden klachtbrief, hebben voor ons doen verschijnen:

Buyl Gustaaf, oud 50 jaren, vuurstoker wonende ter stede, Duivekeetstraat, 27, die ons verklaart wat hier volgt:
“Ik heb den klachtbrief van 28 Januari 1921, ten last van De Bruyn Adolf, geschreven en aan den Heer Procureur des Konings van Dendermonde gezonden.
In den loop van 1917 werkte ik als vuurstoker in de brouwerij der firma “Burny Frères”, Saskaai, alhier. In April, de juiste dato kan ik niet zeggen, werden in deze brouwerij wapens verborgen, door andere stokers, en de meestergast Adolf De Bruyn deed mij twee jachtgeweren uit het flesschenkot halen en gaf mij twee revolvers, met bevel deze te verbergen tot als wanneer de oorlog zou geëindigd zijn. Ik stak de geweren in de schouw der brouwerij en begroef de revolvers op den koer mijner woning. Den 6 April 1917 kregen we in de brouwerij het bezoek van twee Duitsche geheime politiemannen Lenzkens en Bergmann. Zij hadden in hun handen een briefje geschreven en onderteekend door Adolf De Bruyn, waarin deze laatste mij vroeg, daar hij te Gent in het gevang zat, de wapens die ik verborgen had, aan Lenzkens en Bergmann af te geven. Ik herkende zeer goed het geschrift van De Bruyn en onzen klerk Arthur Slachmulder herkende het ook. Letterlijk zeggen wat er in dit briefje stond, weet ik niet, maar volgens ik mij herinner behelsde het: “Ik ondergeteekende De Bruyn Adolf geef de wapens af aan drager dezer”. Of er mijn naam in stond weet ik ook niet, doch zulks is te veronderstellen, omdat zij, bij het binnentreden, mij deden roepen. De mecanicien Goossens heeft dan de schouw helpen uitkappen en de geweren uitgehaald. Bergmann vroeg daarna waar de revolvers waren. Ik antwoordde; “’t huis” – Wij trokken vervolgens met ons drietal naar mijne woning, waar wij de revolvers uit den grond haalden. Terwijl dit gebeurde, gaf Lenzkens mij twee slagen in het wezen. Nadien zijn de twee Duitsche politiemannen met mij naar de Pupillenschool gegaan. Ik werd door den krijgsraad veroordeeld tot 9 maanden gevang en naar Sedan gestuurd, waar ik opgesloten bleef van 6 April 1917 tot 16 Januari 1918.
Het is dus onbetwistbaar, dat De bruyn Adolf, mij, door het schrijven van zijn briefje, aan de Duitsche politie aangeduid heeft als den verberger der wapens in kwestie, en hij is de oorzaak geweest mijner aanhouding en veroordeeling.
Het zal misschien vreemd voorkomen, dat ik slechts heden de tegenwoordige klacht indien, wanneer ik, tengevolge van een twist met Mr. Burny, mijn werk heb laten staan. Dit is nu een viertal maanden geleden. De Bruyn Adolf is daar voor niets tusschen, en ik heb geenzins uit haat of wraak tegen hem gehandeld. Doch, ziehier hoe dit gekomen is. Overlaatst had ik een klacht neergelegd tegen Lenzkens, uit hoofd van slagen; dientengevolgen werd ik naar Dendermonde geroepen, en aldaar heeft de heer Onderzoekrechter mij aangemaand den tegenwoordige klachtbrief aan den Heer Procureur des Konings te schrijven.”

Slachmulder Arthur, oud 25 jaren, bediende, wonende ter stede, Gentschebaan, 65, verklaart ons wat hier volgt:
“In het begin van April 1917, bevond ik mij op mijn bureel in de brouwerij der firma “Burny Frères”. Alsdan was onze meestergast Adolf De bruyn, door de Duitschers, aangehouden en te Gent opgesloten, wegens het verbergen van wapens. De twee Duitsche politiemannen Lenzkens en Bergmann kwamen in mijn bureel, en de “Floeren hoed” (Bergmann) toonde mij een briefje, met blauw potlood geschreven en heeft mij gevraagd: “Kent ge dit geschrift?”. Ik antwoordde “Ja”, het is van Adolf De Bruyn geschreven. Ik vroeg hem of ik het briefje ééns gauw mocht lezen, doch Bergmann weigerde mij zulks. Ik had nochtans reeds duidelijk kunnen lezen het volgende: “Gustaaf, Gij alleen weet waar de wapens steken; zegt waar ze zitten, daarmee is die affaire gedaan en mogen we naar huis gaan … ’t is best”. Ik kan niet meer zeggen of er den naam van Adolf De Bruyn onder stond. Buyl werd geroepen; ze lieten hem ook het briefje van De Bruyn zien, en eindelijk antwoordde Buyl: “Als ’t zoo is, dan zal ik het maar zeggen”. En de wapens werden uit de schouw gehaald. Naar het huis van Buyl ben ik niet mee geweest. Buyl Gustaaf is sedert eenigen tijd in onze brouwerij weg, maar tengevolge van welke omstandigheden zou ik niet kunnen zeggen, om reden dat ik, sinds vier of vijf maanden te Brussel in het succursaal der brouwerij ben”.

De Bruyn Adolf, geboren te Aalst, den 16 October 1879, meestergast in de brouwerij “Burny Frères” ter stede, wonende alhier, Molenstraat, 21, verklaart ons hetgeen hier volgt:
“Het was in den aanvang van April 1917. Op zekeren dag waren in de brouwerij Burny wapens weggestoken door mij, door Colpaert, door anderen en ook door Gustaaf Buyl. Deze laatste verklaarde voor al wie het hooren wilde, dat niemand voor het einde van den oorlog zou geweten hebben, waar de wapens staken, door hem verborgen. Ik werd aangehouden en naar de Pupillenschool en vandaar naar het gevang van Gent gebracht. Aldaar werden ook opgesloten den politieagent Renneboog, René Callebaut, Colpaert en den waarnemende burgemeester Jaak Van den Bergh, allen voor de feiten, die in de brouwerij Burny hadden plaats gegrepen. Ik bleef houden staan, dat ik van geen wapens wist, doch op zekeren oogenblik werd ik geconfronteerd met één mijner werklieden Colpaert (ook opgesloten), die zegde: “Hij heeft wel wapens, want ik heb hem nog een revolver gegeven daags vóór ik weggedaan ben”. Ik moest eindelijk wel bekennen, Mr. Van den Bergh, met mij insgelijks geconfronteerd vóór drie Duitsche rechters, drong bij mij aan, om toch te zeggen waar de wapens staken. Ten slotte heb ik geantwoord: “Awel, als het eenen weet waar de wapens steken, dan is het Buyl”. Op deze woorden deed een der rechters mij aan Gustaaf Buyl een briefje schrijven, om hem te bewegen de opbergplaats der wapens te noemen. Ik moest aan dit bevel voldoen.
Mr. Van den Bergh werd daags daarop in vrijheid gelaten en moest het briefje in kwestie naar Aalst overbrengen om aan de geheime politie Bergmann en Lenzkens te overhandigen. Hij heeft zulks gedaan.
Ik werd voor die wapens tot 25 maanden gevang veroordeeld en heb die zware straf tot den laatste dag moeten boeten.
Over een viertal maanden is Buyl Gustaaf in onze brouwerij aan de deur gezet, omdat hij dronken was en zijn werk niet behoorlijk kon verrichten. Het is Mr. Lodewijk Burny die hem buiten gedaan heeft.
Ik was daar gansch vreemd aan. Ik ben zeer verwonderd over de handelswijze van Buyl tegenover mij: verleden zondag is hij nog in mijne herberg geweest om er iets te verbruiken”.

Van den Bergh Jaak, geboren te Aalst, den 9 Juli 1863, oud waarnemend burgemeester van Aalst, wonende alhier, Korte Zoutstraat, 41, verklaart ons hetgeen hier volgt:
“In April 1917, zat ik te Gent opgesloten met Colpaert, Renneboog, Callebaut en De Bruyn.
Ik was door de Duitschers beticht, en later, tot 9 maanden gevang veroordeeld voor wapens, die ik in den Dender had doen werpen. De Duitschers vroegen mij of ik iets wist van wapens, die verborgen waren in de brouwerij Burny. Ik antwoordde ontkennend, en ik wist daar inderdaad niets van.
Colpaert, een gast van Burny, werd bij mij en drie krijgsrechters gebracht. Deze laatste verklaarden dat er niemand van onslos kwam, zoolang dat zij niet wisten waar de wapens in de brouwerij verborgen waren. Colpaert antwoordde dat er daar wapens wegstaken, doch dat hij niet wist op welke plaats. Daarop werd De Bruyn Adolf bij ons binnen gebracht; men stelde hem dezelfde vraag, maar De Bruyn hield staande dat hij van geen wapens wist. Eindelijk heb ik tot De Bruyn gezegd: “’t Is geen avance dat ge blijft loochenen, vermits het uw kameraad Colpaert herkend”. De Bruyn antwoordde tenslotte dat er werkelijk in de brouwerij Burny wapens verdoken zaten, doch dat zij deze moeilijk zouden gevonden hebben. Een der Duitschers zei: “Schrijf een brief aan deze die het weet, en De Bruyn schreef het briefje aan Gustaaf Buyl.
De Duitschers richtten dan het woord tot mij: “Burgemeester, gij moogt naar huis gaan; maar gij zult dit briefje meenemen, en vooraleer ge ieverst binnentreed hetzelve aan Bergmann bestellen. Ik heb het briefje aanvaard en kwam ermee naar Aalst. Hier in de statie toekomende stond de onderofficier Taube mij af te wachten. Hij deed mij medegaan naar de Kommandantuur, waar ik tot 11 uur ’s nachts opgehouden werd. Eindelijk mocht ik naar huis, onder voorwaarde dat ik ’s anderdaags mijn woning niet verlaten zou, vooraleer Bergmann bij mij ten huize het briefje in kwestie was komen afhalen.
’s Anderdaags is Bergmann, rond 11 uur ’s morgens om het briefje gekomen en ik het hem gegeven heb”.

Wij hebben verder geen ander verklaringen opgenomen en wachten deswege de bevelen af van den heer Procureur des Konings.

Van dit alles hebben wij het tegenwoordige opgesteld en gezonden aan den Heer Procureur des Konings, te Dendermonde.

Acte te Aalst, den 14 Februari 1921
De Adjunct-Politie-Commissaris

P. Van Nuffel
We zijn verantwoordelijk voor de geschiedenis, zoals gekken verantwoordelijk zijn voor de oprichting van gestichten (Léon Werth)


Terug naar “Brouwerijen”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

Advertentie