Sint Sebastiaansgilde, handboogschutters

Alles over de Aalsterse schuttersgilden (voetboog-, handboog- en busschutters), literaire en muziekgilden.

Moderators: Alostum, janlouies, Jerommeke, david

Gebruikersavatar
Jerommeke
Berichten: 9940
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 21:14
Locatie: Aalst

Sint Sebastiaansgilde, handboogschutters

Berichtdoor Jerommeke » 21 Mei 2014, 10:04

St. Sebastiaansgilde, handboogschutters.

Algemene geschiedenis.

De handboog behoort tot de oudste wapens, er zijn in Europa aanduidingen gevonden dat dit wapen al gebruikt werd rond 8000 voor Christus.

Er bestonden globaal gezien drie soorten bogen:
1. De lange boog: buigt door over zijn ganse lengte.
2. De platte boog: over het algemeen een stuk korter dan de vorige, met min of meer afgeplatte boogarmen, buigt soms ook over de ganse lengte maar beschikt meestal over een soort handvat dat niet meebuigt.
3. De teruggebogen boog: de uiteinden zijn in tegengestelde richting gebogen.

Deze drie soorten konden op vier verschillende manieren gemaakt worden:
1. De eenvoudige boog: gemaakt uit één soort materiaal, in het algemeen taxus, iep of els.
2. De gevoerde boog: gemaakt uit twee soorten materiaal, de boog werd “gevoerd” met een tweede soort materiaal om de veerkracht te versterken.
3. De gelaagde boog: gemaakt uit drie of meer materialen, meestal fineerlagen van dezelfde houtsoort.
4. De samengestelde boog: gemaakt uit drie of meer materialen, meestal hout, hoorn en spierpees.

Taxushout was veruit de beste houtsoort omdat zowel het kern- als het spinthout uitstekende eigenschappen hadden voor het maken van bogen.
Er is ooit een periode geweest dat er in Engeland geen enkele taxusboom of –struik meer te vinden was omdat ze allemaal opgebruikt waren om hun befaamde “longbows” te maken.
Om de bogen te beschermen tegen uitdroging en weersinvloeden werden ze regelmatig ingewreven met bijenwas.

De boogpezen werden gemaakt van vlas, hennep, zijde, katoen, ramee en dierlijke pezen of een combinatie ervan.

Het grote probleem van de boogschutter is dat de pijlen in lengte en gewicht moeten aangepast zijn aan het soort boog.
De pijlen moeten volmaakt recht en bevederd zijn, de schachten moeten de perfecte soepelheid hebben en de punt moet de juiste vorm hebben.

Het belang van de soepelheid van de schacht wordt duidelijk door volgende tekening.
Afbeelding
A. Voor het schieten staat de pijl in een iets afwijkende richting van het beoogde doel.
B. Bij het afschieten komt, door het natuurkundig verschijnsel “de traagheidswet van Newton”, de achterkant van de pijl een fractie van een seconde sneller in beweging dan de punt, waardoor de pijl licht vervormt.
Beschikt de pijl over de juiste soepelheid dan zal hij de beoogde richting volgen.
C. Is de pijl te stijf dan zal hij van de richting blijven afwijken.
D. Is de pijl te slap dan zal de doorgaande vervorming hem eveneens doen afwijken.

De vuursnelheid voor een geoefend schutter was ongeveer 12 pijlen per minuut.
De reikwijdte van de pijlen bedroeg ca. 350 meter.
De kracht van de pijl was duidelijk minder dan bij de kruisboog maar het grotere aantal afgevuurde projectielen binnen dezelfde tijd kon de vijand dan weer meer afschrikken.
Tijdens een veldslag werd er ook dikwijls niet gericht geschoten.
De schutters schoten allen tegelijkertijd hun pijlen af waardoor de vijand zich werkelijk door een regen van pijlen moest bewegen.

De Aalsterse gilde.

Volgens de overlevering werd deze gilde opgericht in 980 doch schriftelijke bewijzen zijn niet teruggevonden.
De oudste oorkonde welke van deze Aalsterse gilde is bewaard gebleven, is een bekrachtigingsbrief in 1421 verleend door Philips de Goede.

Dit charter, opgemaakt te Gent op 7 juni 1421 begint en eindigt als volgt:

"Philippe, Duc de Bourgoigne, conte de Flandres, etc.
A tous ceulx qui ces presentes lettres verront, salut.
Savoir faisons que à lumble supplication des bonnes gens et habitants de notre ville dAlost, disant que une grande partie deulx de longtemps a ont accoustumé deuex employer ete batre souventes foiz au jeu de larc à main, et pour icelui exauchier et accroistre par license des bailliz dAlost, qui lors ont esté et se sont mises ensemble par bonne amour et ont en confrarie darchiers en lonneur de monseigneur Saint Sebastien .............................................................................................................................................
... Si donnons en mandement à icelui notre bailli dAlost, etc.
Donné en notre ville de Gand le VIIe jour de Juing lan mil CCCC vingt en ung."


De belangrijkste bepalingen uit hun statuten of "Caerteregels" waren:
• Er mogen niet meer dan 50 schutters, daartoe bekwaam wezende en van vreedzaam gedrag worden aangenomen.
• De gilde zal bestuurd worden door drie gezworenen die ieder jaar door de leden zullen verkozen worden.
• Iedere gildebroeder moet voorzien zijn van een goede handboog en twee dozijn pijlen.
• Als een gildebroeder sterft gaat zijn boog naar de gilde over, indien zijn erfgenamen de boog willen behouden moeten zij 8 schellingen parisis betalen.
Zijn begrafenis moet door alle leden bijgewoond worden en het lijk moet door vier gildebroeders gedragen worden.
Afwezigen op de begrafenis krijgen een boete van 5 schellingen parisis, alleen ziekte is een geldige reden tot afwezigheid.
• Iedere twist of onenigheid die tussen de leden mocht ontstaan zal door de gezworenen worden bijgelegd.
Wie de uitspraak niet eerbiedigt wordt veroordeeld tot een bedevaart naar Keulen.
• Indien het gebeurt dat een gildebroeder ergens buiten de stad gewelddadig wordt opgehouden dan mogen zijn gezellen hem gewapenderhand gaan bevrijden.
Wie hieraan niet meewerkt krijgt een boete van 30 schellingen parisis, de helft ten voordele van de vorst de andere helft voor de gilde.
• Leden die een onwaardig gedrag vertonen zullen door de gezworenen worden weggezonden en wie zich in het gildehof enige smaad veroorloofd zal een boete krijgen van 5 schellingen parisis.
• De verkiezing der gezworenen moet jaarlijks plaats vinden op de feestdag van de gilde (20 januari).
Hun eed moet door de meier van de stad Aalst worden afgenomen
• Om lid te worden moet men gevestigd zijn in het schependom van Aalst, eenstemmig worden aangenomen door alle leden, 20 schellingen parisis betalen als inkomgeld en een pot wijn schenken aan de gezworenen.
• De koningsschieting die één maal per jaar plaats vindt op de zondag voor de H. Sacramentsdag is verplicht voor alle leden op boete van 5 schellingen parisis.
Wie de vogel afschiet is koning van de gilde en "ontvangt eenen kaproen en is ten dage der voornoemde plechtigheid vrij van alle gelag".
Ook de deelname aan de H. Sacramentsprocessie is verplicht op boete van 5 schellingen parisis.
• De gezworenen stellen een knaap aan van het genootschap, zijn voornaamste taak bestaat erin de leden ter vergadering bijeen te roepen.
Wie op zijn uitnodiging niet ingaat krijgt een boete van 5 schellingen parisis.
• De gildebroeders moeten aan de baljuw van Aalst een eed afleggen waarin zij verklaren de vorst op alle “heervaarten” waartoe hij hen zal ontbieden goed en getrouw bij te staan.
In deze gevallen moeten zij behoorlijk als schutters gekleed zijn en voorzien van twee bogen en vier dozijn pijlen.
Voor deze eventuele dienst zullen zij een redelijke vergoeding ontvangen.
Geen gevolg geven aan deze eed wordt bestraft met een boete van 5 pond parisis.
"... op conditie dat de Gilde Broeders den Graef moeten by staen in alle heyrtogten ende niet comparerende vyf ponden parisis de boete, iederen gilde broeder moet voorzien zyn van twee boegen ende vier douzynen pylen ende hunnen Eeretittel is Opperschauts Soldaeten.
Zy vermoegen oock alle slag van waepenen te draegen."


Deze statuten zijn de enige overgebleven documenten, of zij later zijn gewijzigd is niet meer te achterhalen omdat de archieven van de gilde verloren zijn geraakt.
Om deze reden zijn dan ook alle verdere gegevens ontleend aan de overgebleven stadsrekeningen.

In 1764 werden de statuten wel gewijzigd maar dit weten we omdat toen aan de statuten van alle Aalsterse schuttersgilden de volgende drie bepalingen werden toegevoegd.
• Datter er geen infaeme persoonen en mogen geadmitteerd worden als gildebroeders, oock dat soo wanneer iemant naer dat hij gildebroeder geworden is, infaem quaeme te worden, sal sijnen naem ten register en lotbrief geroyeert worden.
• Dat sulckdaenighen persoon niet meer en sal vermoghen den hof ofte gildecaemer te frequenteren.
• Sullende in het toecommende niemant als gildebroeder mogen aenveert worden, tensij door hooftman, keyser, koninck of deken.


Reeds in 1422 maakte een stadsrekening melding van het volgende:
"De guldemeesters van den handboghe trocken metten ghesellen vander gulde te Merechtene teenen scietspele, in wedemaent, ende tharer bede scepenen gaven hemlieden VI liber parisis."

Het geven en bijwonen van schietwedstrijden was onder de schutters een algemeen gebruik dat door de stadsbesturen volop werd aangemoedigd.
Bij iedere wedstrijd ontvingen de vreemde handboogschutters een degelijk eerbetoon, wat weer bijdroeg om deze schutters naar de stad te lokken wat dan weer de lokale handelaars ten goede kwam.
Een grote wedstrijd werd door de Aalsterse gilde uitgeschreven in 1426, niet minder dan 35 koningen van verschillende gilden en steden namen er aan deel om de prijzenpot van 41 pond Vlaams te verdelen.
Op hun beurt trokken de Aalsterse schutters naar Gent (1428), Brugge (1431) en Nijvel (1434).
Een rekening van 1451 gewaagde van een handboogschieting in Moerbeke waar de Aalstenaars aan deelnamen met een 60 tal bogen.
In 1459 behaalden zij in Merchtem de eerste prijs, bij hun terugkomst in Aalst werden zij vreugdevol ontvangen met zes kannen wijn.
In 1488 behaalden zij de tweede prijs te Gent, nl. twee zilveren wijnpotten.
Soms werden er schietingen om wijn georganiseerd, zoals in 1492 toen in Aalst de schutters van Gent, Edingen en Dendermonde kwamen deelnemen.
Gent kreeg bij aankomst 4 kannen wijn, Edingen en Dendermonde elk 2 kannen.
"Ende als zij gescoten hadden ende zij den wijn verbruyckt hadden, ghinghen zij tsamen eten met de handboogscutters vander stede, daer dat ghepresentheert waren noch elf kannen van ghelijcken".

In 1497 behaalden zij te Oudenaarde eveneens verschillende prijzen.
In Leuven in 1500 mochten de Aalstenaars de derde prijs in ontvangst nemen en in Brussel in 1532 kregen ze drie zilveren schalen als prijs.
De godsdienstberoerten brachten slechte tijden voor de gilde, in 1622 moesten zij 48 pond groote lenen om de herstelling van de gildekamer en het gildehof te bekostigen.
Ook onder herhaalde invallen van vreemde troepen had de gilde veel te lijden.
Bij iedere bezetting diende het gildehof tot huisvesting van de soldaten, die de gastvrijheid van de schutters veelal beloonden met het leegroven en vernielen van het meubilair van het gildehof.
In 1698 kwam de stad de gilde ter hulp met een som van 120 pond parisis en in 1743 kregen ze, evenals de gilden van St. Joris en St. Antonius, 100 gulden als schadeloosstelling.

Op 9 juni 1808 werd een concordaat gesloten tussen de handbooggilden van Aalst, Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven, Mechelen en Sas van Gent.
Dit concordaat werd opgericht om door broederlijke bijeenkomsten de bloei van de schuttersgilden te bevorderen.
Deze bijeenkomsten werden door dichters dan ook veelvuldig bezongen.

In het gildehof werd op 27 maart 1826 een nieuwe wip opgericht die de oude, reeds van 1747 bestaande, moest vervangen.

In de krant De Volksstem van 1927 stond een relaas van een wedstrijd uit 1836.

"Den 23 october 1836, ten drij ueren naermiddag, wierd het schietspel aengegaen door een ongestuymig weder, met haegel buyen, dat het zoo koud wierd, dat het onmoegelyk was te konnen voorts te schieten; maer Pieter Calot daer zijnde, dede aanstonds een groot vuer aanleggen en alzoo wierd het schietspel voorts gezet door vyf en twintig active members.
Naer dat'er een en twintig scheuten op den vogel zyn geschoten geweest, heeft den iveragtigen confrater Emmanuel D'Hoir den vogel den twee en twintigsten klop gegheven, waer mede den zelven beneden is gekomen.
De welke is gevolgt door eenen goeden soupé, bevogtigt met een aenlokkend glaasjen druyven zap.
Voor den greiffier: L. De Jean"


Eén van de belangrijke plechtigheden waarvan de gilde getuige was, greep plaats op 6 juli 1856 tijdens het bezoek van de hertog van Brabant, ter gelegenheid van de opening van de spoorweg Brussel - Gent en de onthulling van het standbeeld van Dirk Martens.
De hertog vereerde het gildehof met een bezoek waar hij een boog en pijl kreeg overhandigd om deel te nemen aan een speciaal voor hem ingerichte wedstrijd.
Het erevoorzitterschap werd toen aan de hertog aangeboden, hij bekrachtigde dit door een getuigschrift, opgesteld te: "Bruxelles, au palais, le vingt trois Octobre 1800 cinquante six", ondertekend door "Leopold, Duc de Brabant".

Het lokaal van de St. Sebastiaansgilde schijnt vanouds in de Peperstraat te hebben gestaan, het was in alle geval aldaar gevestigd in 1439 toen deze straat het "straetken van St. Sebastiaen” heette.
Sommige overgebleven documenten bevestigden deze bewering.
"Sente Sebastiaensgulde up haer scutterie, gheleghen in die Peperstraete, commende metter hende boven an de veste, Jan de Proost an deen side, Jan van Landuut an dandre".

"... den boomgaert toebehoorende der gulde van St. Sebastiaen, streckende metter eener zyde an der stede veste van de Cattestraete ende metter ander zyde an de Peperstraete en metten hende an Adam de Prooste bogaert was ...".

"... deen syde den hoff van de Swarte Susteren oostwaerts, suyt commende ter straeten, west de erfgenaemen van sieur Peeter Charité ende andere ende met de noort syde teghen de stadts veste ...".


Misschien was de gilde van plan hun vergaderplaats te verhuizen toen zij in 1492 het huis "De Sleutel" op de Grote Markt aankochten, spijtig genoeg is niet meer te achterhalen geweest waarvoor zij dit huis gebruikten.
Later was het gildehuis gevestigd op de Dendermondsesteenweg, in de herberg "Den Jaeger".

Zoals alle andere schuttersgilden hadden zij hun altaar in de St. Martinuskerk.
Dit altaar werd na de ontbinding van de gilde in 1874 afgebroken, verkocht en overgebracht naar de kerk van Herdersem.
Het schilderij hangt momenteel in de ingang van de sacristie en de kapel werd toegewijd aan het H. Hart van Jezus.

Nog te vermelden waard is de volgende anekdote:

In 1469 ontstond er ruzie tussen de Aalsterse gilde en de baljuw van Dendermonde omdat deze laatste de Aalstenaar Hendrick Caillebert op de Grote Markt van Dendermonde had aangehouden en gevangen gezet wegens verboden wapendracht voor het dragen van een "naghelmesse" (dolk).
Het bestuur van de gilde daagde de baljuw van Dendermonde voor de Raad van Vlaanderen en beweerde dat zij uit hoofde van een privilege, hen toegekend door de Hertog van Bourgondië, gemachtigd waren alle soorten wapens te mogen dragen.
De Raad van Vlaanderen bevestigde dit recht, de baljuw van Dendermonde werd in het ongelijk gesteld, hij moest onze stadsgenoot onmiddellijk vrijlaten, de borgsom terugbetalen, het in beslag genomen wapen teruggeven en de proceskosten betalen.
De bewering van Sanderus, dat alle leden van alle schuttersgilden alle soorten wapens mochten dragen blijkt dus waar geweest te zijn.

Breuk
Afbeelding

Detail
Afbeelding

De jongens, getooid als indianen, bedienden de paradekanonnen om de wedstrijden te openen en te sluiten.
Foto uit de verzameling van Dirk Meert.
Afbeelding

De kanonnen op bovenstaande foto zijn eveneens bewaard gebleven.
Afbeelding

Afbeelding

Materiaalwagentje
Afbeelding

Bronnen:
Geschiedenis der Stad Aalst, Frans de Potter & Jan Broeckaert
Aalst, Historiek der Oude Straten, Petrus Van Nuffel
Heiligenverering te Aalst, Jos Ghysens
1000 jaar Aalst Waar is de tijd
Geschiedenis der straten van Aalst, Jos Ghysens
Encyclopedie van wapens
Eigen foto's (met dank aan het stadsmuseum van Aalst)
Fotoverzameling Dirk Meert
Website http://aalst.courant.nu/
Het verleden is niet wat er gebeurd is, het is wat wij ons ervan herinneren.

Terug naar “Aalsterse Gilden”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

Advertentie