Moord te Aalst.

Moderators: Alostum, janlouies, david

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11973
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

Moord te Aalst.

Berichtdoor Alostum » 27 Apr 2020, 10:30

Moord te Aalst.

In den loop van verleden jaar kwam alhier aangeland uit Meire zekere Victorina Van Impe, vrouw De Coster met hare dochter Delfina De Coster.
Delfina De Coster is kantwerkster en verkocht des zondags te Meire smokkelarij aan de kinders. De echtgenoot, haar vader, verblijft in ’t klooster te Meire. Verscheidene malen boodt zij zich aan om in ’t klooster te treden doch werd geweigerd. Daarna kwam zij zich te Aalst vestigen en betrok een huis in de St.Jansstraat. Zij vertoonde zich als zeer godsdienstig, bezocht gedurig kerken en kapellen, bij zooverre dat Jaak Peirreboom, bijgenaamd den Hessel van Pie Donche er op verliefd geraakte, zelfs begaf hij zich ten bureele van den Burgerstand en er de vereischte verklaringen deed. Later kwam zij in verkeering met zekere D.W. doch beide verliefden verlieten haar omdat ze drinken kon lijk een Polak en rooken als een Turk. Zonder middelen van bestaan leefde zij van ontucht.
Nu, op 3 januari ll. verscheen zij ten Bureele van Politie om te verklaren dat hare moeder sedert 6 weken spoorloos was verdwenen daar ze te vergeefs bij familieleden en kennissen had gezocht.
Hare moeder droeg een zwart kleed enz. Moeder en dochter verbleven in een huisje, Koer Borreman, Windmolenstraatje.
Sedert eenige dagen kloegen de geburen over den geweldigen stank die uit het huisje der We. De Coster kwam, ’t welk sedert vrijdag der verledene week was gesloten gebleven. De dochter Delfine was sedertdien niet meer gezien geweest; wat de moeder betreft men dacht dat ze in een klooster was opgenomen. Nu donderdag werd op aanvraag van den eigenaar het huisje door de adjunct-commissaris Vernaeve geholpen door een smid geopend.
Een geweldige stank ontsnapte uit het huisje. Men zocht onder en boven en eindelijk ontdekte men het lijk der moeder in een klein kelderken van 6 à 7 trappen diep. M.A.Hertecant, geneesheer, werd gerikwireerd en hij bestatigde dat, naar den staat van ontbinding te oordelen, de moord moet gebeurd zijn ten minste vier maanden geleden. Wij zeggen moord want het rechterbeen was afgekapt aan de bil en het linkerbeen boven den knie; verder was de borst ingedrukt. De beide beenen zijn verdwenen. Het slachtoffer lag bloot zonder rok en de kleederen van het bovenlijf zijn verscheurd.
Er is bijna geen twijfel of de moord moet gepleegd zijn einde December of begin van Januari toen de dochter aangifte deed bij de Policie der verdwijning harer moeder.
En zeggen dat er liefhebbers waren tot over weinige dagen om, in dit huisje, bij die plaaster te gaan vernachten.
De dochter Delfina werd als de daderes aanschouwd.
Des middags kwam het Parket van Dendermonde spande een onderzoek in gaf bevel de dochter aan te houden.
De wetsgeneesheeren bestatigden dat de beenen waren afgekapt geweest met eene niet al te wel snijdend tuig, een houwmes bijvoorbeeld. ’t Parket vernam verder dat Delfina vodden en een houwmes verkocht had aan den voddenkoopman Barrez. Dit houwmes was nog in bezit van Barrez en werd aangeslagen. Het houwmes is op 3 of 4 plaatsen met bloed bevlekt, ’t geen doet veronderstellen dat de beenen werden afgekapt wanneer ’t slachtoffer nog in leven of onmiddellijk na de dood, terwijl het lijk nog warm was.
De vermoedelijke moordenaresse werd opgezocht en men had haar hier gezien, te Hekelgem gezien, hier en daar gezien.
Nu ze verbleef te St.-Gillis bij Brussel alwaar zij bij de Politie ging aanklagen dat toen zij haren weg vroeg twee mannen haar in eene eenzame straat hadden geleid en haar alles ontroofden: geldbeugel en gouden horlogie met ketting. Zij bevondt zich zonder middelen en vroeg onderstand om zich terug naar Aalst te kunnen begeven. Men had medelijden met haar en een policieagent vergezelde haar ter statie en betaalde haren koepon.
Nu in plaats van te Aalst af te stappen, reed zij door. Twee jongelingen die haar erkend hadden, verwittigden den heer Commissaris van Politie. Dadelijk werd er getelefoneerd naar Gent, Brugge en Oostende en bij het aankomen te Oostende werd zij aangehouden.
Heden vrijdag werd ze naar hier gevoerd en kwam aan met den trein van 8 uren. Meer dan duizend nieuwsgierigen bevonden zich op ’t Statieplein. Na negen uren verscheen ze voor ’t Parket zetelende ten Bureele van Politie.
Vier gendarmen te peerde bevonden zich voor ’t Stadhuis en vier te voet waren ten dienste van ’t Parket. Een duizendtal nieuwsgierigen verdrongen zich aan ’t Stadhuis om de moordenaresse te zien. Om 10 ½ uren had de confrontatie plaats met ’t lijk, iemand die er bij aanwezig was, zegde ons, dat zij het lijk harer moeder aanschouwde zonder de minste ontroering te laten blijken. In ’t Molenstraatje en ’t plein der aanpalende verdrongen zich meer dan 1500 personen meestal van ’t vrouwelijk geslacht die luidkeels riepen Hahoe de ros! Slaagt ze dood de canaille ! Hangt ze op de hoer!
Aangaande ’t onderzoek door ’t Parket weten wij niets; ’t blijft voor ’t oogenblik geheim en al wat men er over vertelt is niet te vertrouwen. In den namiddag is de vermoedelijke moordenaresse per bijzonder rijtuig naar ’t gevang van Dendermonde gevoerd.


Uit “Den denderbode” van 8-5-1904

Men weet de Delfina De Coster, die men vermoedt de moordenaresse van hare eigene moeder te zijn en ze dan in stukken te hebben gesneden, aan een medikaal onderzoek is onderworpen geweest en dat de geneesheeren besloten tot hare onverantwoordelijkheid, in andere woorden, de geneesheeren verklaren dat er aan haar een vijs los is.
Het rechterlijk onderzoek is nogthans niet gesloten want woensdag morgend ll. verscheen Delfina De Coster voor de Kamer van in beschuldigingstelling van ’t Beroepshof te Gent, welke het mandaat van arrest bekrachtigde.
Delfina houdt altijd hare onschuld staande. Zij verblijft in ’t gevang van Dendermonde.


Uit “Den Denderbode” van 24-7-1904
"De stad is een labyrint, we lopen er door als door een rebus, een reeks geheimen die we tot elke prijs willen ontsluieren met een hardnekkigheid die wij in onze zoektocht leggen" (A. Cohen, 1988)

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11973
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

Re: Moord te Aalst.

Berichtdoor Alostum » 27 Apr 2020, 17:57

Uit onze brochure "Misdaad in Aalst" van 2019:

Afbeelding
De toegang tot de Ingang Borreman; de pijl duidt het huisje van Mie Sigaret aan.

Het gezin De Coster-Van Impe uit Mere kwam naar Aalst wonen in 1901. De man kwam kort daarop voor verzorging in een klooster van Mere terecht. Victorine Van Impe en haar 28-jarige dochter Delphine bleven in Aalst, gedomicilieerd in de Duivekeetstraat, maar ze belandden in de Ingang Borreman aan het Windmolenstraatje het eerste huisje links. Dochter Delphine leed enerzijds aan godsdienstwaanzin, maar anderzijds ‘kon ze drinken gelijk een Polak en roken gelijk een Turk’. Zonder middelen van bestaan (ze was eigenlijk kantwerkster) leefde zij ‘van ontucht’. In januari 1904 gaf ‘Mie Sigaret’ haar moeder als vermist op. De buren in de Ingang Borreman klaagden van stank en op 5 mei werd in de beerput van het arbeidershuisje het reeds maanden in ontbinding zijnde lichaam van de moeder gevonden. Met een bot houwmes waren benen en armen - die spoorloos bleken - afgehakt. Het rechterbeen aan de bil en het linker aan de knie. De borst was ingedrukt.

Afbeelding
Aangepaste gevels van de vergrote huisjes; het eerste onderaan is de plaats van de misdaad (Bouwvergunning 1892, S.A.A.)

De Denderbode van 8 mei 1904 voegt aan deze beschrijving toe: En zeggen dat er liefhebbers waren om, in dit huisje, bij de plaaster te gaan vernachten. Het kapmes werd bebloed teruggevonden bij voddenkoopman Wantjen Barrez op de Houtmarkt, aan wie ze het verkocht had. Delphine De Coster werd uiteindelijk te Oostende aangehouden en met de trein naar Aalst gevoerd. Meer dan duizend nieuwsgierigen stonden aan het station. Ze werd in een politievoertuig naar de plaats van de misdaad gebracht, waar alweer een massa opgezweepte nieuwsgierigen bijeengestroomd was. Vrouwen riepen: Ahoe de ros! Slaat ze dood de canaille en Hang ze op de hoer! Zijzelf zou eerder onaangedaan in de dievenkar gezeten hebben, opgekleed met haar hoed met pluimen, zoals het liedje duidelijk maakt. Een maand later werd ze ontoerekeningsvatbaar bevonden en opgenomen in het krankzinnigengesticht van Bergen.
Ze overleed op 20 april 1920.

Afbeelding
Grondplan van de gesaneerde huisjes (Bouwvergunning 1892, S.A.A.)

Afbeelding
Mie Sigaret bij de wedersamenstelling van de moord op haar moeder.

Algauw ontstond een mythe rond ‘Mie Sigaret’. Ze zou verliefd geweest zijn op de imaginaire baron Jean Paul en hem voortdurend opgewacht hebben aan de ingang van de Koer Borreman, maar hoefgetrappel kondigde enkel de bierman of de kolenhandelaar aan, nooit de koets van meneer Jean Paul. Altijd zou ze haar handtas stijlvol aan de arm gedragen hebben, had ze haar hoed met pluimen op en streek ze gedistingeerd haar lange handschoenen glad. Ook toen ‘kwaperten’ haar als grap ophaalden met een koets om haar zogezegd naar meneer Jean Paul te brengen, wuifde ze opgezet en gelukzalig naar het volk. Toen de dievenkar haar ophaalde, wuifde ze, in vol ornaat, minzaam naar de omstanders, denkende dat zij naar het kasteel van haar geliefde ging. Maar de koest had slechts achteraan een paar heel kleine raampjes met ijzeren tralies ervoor …
Het versneden lichaam van de moeder zou ook in een viertal aarden tobben gezeten hebben, zodat geen enkele winkelier zijn waren nog in zulke tobben durfde aanbieden, omdat men wel eens zou kunnen denken dat het de tobben uit de Ingang Borreman waren.
Allicht zijn over dit geval marktliedjes gemaakt in het genre van ‘De Wreede Moord’, maar dus ook het spotliedje ‘Sigaret’.

Sigaret zat in de koesj
Mè ploimen op heer moesj
Ze dei heer moejer doeid
Z’hei ze mè e mes vermoeird
Sigaret zat in de koesj
Mè ploimen op heer moesj
En de koesj reid voesj.

Afbeelding
De Ingang Borreman met de latere bewoner L. Paelinck voor de deur van de ‘crime scene’.
foto: Herman Louies
"De stad is een labyrint, we lopen er door als door een rebus, een reeks geheimen die we tot elke prijs willen ontsluieren met een hardnekkigheid die wij in onze zoektocht leggen" (A. Cohen, 1988)


Terug naar “Burgerwacht, Rijkswacht, Politie en Brandweer”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

Advertentie