De meesters der patronaten van St Martinusparochie Aalst

Moderators: Alostum, janlouies, david

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11459
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

De meesters der patronaten van St Martinusparochie Aalst

Berichtdoor Alostum » 06 Mei 2015, 17:55

door andreschollaert » 05 Mei 2015, 17:50

andreschollaert schreef:Afbeelding

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11459
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

Re: De meesters der patronaten van St Martinusparochie Aalst

Berichtdoor Alostum » 06 Mei 2015, 17:56

andreschollaert schreef:het moet zijn ... onder de foto's staat spijtig genoeg...

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11459
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

Re: De meesters der patronaten van St Martinusparochie Aalst

Berichtdoor Alostum » 06 Mei 2015, 17:56

andreschollaert schreef:Wie was E.H. Foncke ? En wat waren die patronaten ?

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11459
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

Re: De meesters der patronaten van St Martinusparochie Aalst

Berichtdoor Alostum » 06 Mei 2015, 17:56

tandwiel schreef:E.H. Frans Foncke

Hij werd geboren te Drongen op 24 november 1875 en priester gewijd op 9 juni 1900. Hij was leraar in de Franse en Nederlandse taal aan de Bisschoppelijke Normaalschool van 17 maart 1901 tot 17 augustus 1906. Daarna werd hij achtereenvolgens onderpastoor te Waarschoot en te Aalst (Sint-Martinus), pastoor te Sint-Antelinks, en sinds 31 maart 1932 pastoor te Merelbeke, waar hij na een langdurige ziekte is gestorven op 4 februari 1947.

E.H. Foncke was een bemind, sympathiek en flink priester die zijn talenten zonder tellen heeft ten dienste gesteld van het onderwijs en de parochiale zielzorg.

Een getuigenis

E.H. Voncke was geboren Drongenaar en hij bracht er zijn jeugd door. Mijn vaders vader kende hem destijds als vlijtige leerling. Moeders vader herinnerende zich ne een halve eeuw organistencarri7re geen vromer misdienaar. Toen rond 1930 pastoor Foncke uit Merelbeke op bezoek kwam naar het geboortedorp aan de Leie was ik er misdienaar - wellicht minder vroom dan.

De oude Drongenaren bewaarden aan hem een sympathieke herinnering. Zo heb ik hem nooit anders horen noemen dan Franske Foncke, ondanks zijn grote gestalte. Dat er van jongsaf aan 'een pastoor in stak' bleek toen hij het verkondigen van Gods woord als geliefkoosd spel beoefende. Toehoorders waren hoofdzakelijk jongere kinderen uit Dorps- en Stationsstraat. Eens hing hij met welsprekendheid zulk akelig beeld op van de afschuwelijke straffen der Hel dat Zulmaatje De Roose al snikkend naar huis liep. Pas een half jaar later kon haar moeder de reden vernemen van haar grenzeloos verdriet: "Dat Frans toch zo wreed spreekt".

Ik heb Zulma leren kennen als kleine jongen, als zij mij ongeveer een 'oud' toescheen als ik nu 'ben'. In een antiek winkeltje verkocht zij bruine zeep, snoep en sigaretten. Voor dit laatste gift behoorden tot haar trouwe klandizie de spelende leden van de fanfare 'De Zwanezonen'. Zij repeteerden tweemaal per week in het vochtige zaaltje achter de woning van de familie Foncke, waar eens zoon Frans met daverende stem gepreekt had over de gevaren die de ziel bedreigen. Sommige muzikanten hebben altijd beweerd dat Zulma het niet gewaagd had te trouwen uit schrik voor de Hel. Het is niet bekend of pastoor Foncke ooit geweten heeft welk onheil hij in Zuma's gemoed had aangericht.

(R.D. in 'Kasteelgalm', lente 1973)



http://www.delcampe.net/page/item/id,92 ... age,D.html

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11459
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

Re: De meesters der patronaten van St Martinusparochie Aalst

Berichtdoor Alostum » 06 Mei 2015, 17:56

willykiekens schreef:patronaat:]De eerste Belgische patronaten ontstonden omstreeks 1850. Naar het voorbeeld van Franse Sint-Vincentiusgenootschappen breidden de Belgische Vincentianen hun liefdadigheidswerk in armenbuurten uit met onderricht en opvoeding van kinderen en volwassenen. Vincentianen behoorden tot de gegoede burgerij. Veelal waren het advocaten, industriëlen, apothekers of universiteitsstudenten. Hun initiatief werd snel nagevolgd door de parochiegeestelijkheid, kloosterlingen en welgestelde dames.

Bij de vormgeving van het patronaat bouwden de initiatiefnemers voort op internationale voorbeelden:

de "Oeuvres de la jeunesse" uit 1799 van J.J. Allemand (stichter van de Franse patronaten) in Marseille,
de "Patronages des apprentis" uit 1833 van Frédéric Ozanam in Parijs,
de "Oratorio's" uit 1841 van Don Bosco in Turijn,
de "Gesellenvereine" uit 1846 van A. Kolping in Wuppertal.
Het oprichten van patronaten was een reactie op de sociale problematiek die ontstaan was door de toenemende industrialisatie in België. Als gevolg van de industrialisatie werden de traditionele sociale en culturele structuren doorbroken en ontstond in de steden een arbeidersklasse. De katholieke elite beantwoordde de gepercipieerde armoede, sociale ellende en morele nood van de arbeidende bevolking met liefdadigheidswerk, patronaten en volksonderwijs. Een wezenlijke verandering van de situatie streefde zij niet na.
Vanaf het ontstaan kende het patronaatswerk drie componenten. De patronaten boden de jeugd van twaalf tot achttien uit arbeidersgezinnen op de eerste plaats religieuze en morele vorming. Daarnaast creëerden zij een veilige omgeving waarin de beschermelingen konden spelen. Tenslotte hielpen zij de jeugd bij de integratie in het maatschappelijke leven door intellectuele en sociale vorming. Gedurende de 19e eeuw hebben die componenten niet altijd dezelfde aandacht gekregen en over hun relatief belang heerste onder de leidinggevende personen geen eenstemmigheid. Mede daardoor kregen de patronaten, zowel wat hun organisatie als wat hun activiteiten betreft, een lokale kleur. Pogingen om de patronaten in een nationaal verbond te verzamelen mislukten. Wel ontstonden regionale verbonden, elk met een eigen accent. Aan het eind van de 19e eeuw tekenden zich twee richtingen af.
Patronaten van de behoudende richting concentreerden zich op de religieuze en morele zorg voor de jeugd, al het andere was secundair. De patronaatsbestuurders zagen alleen een taak voor zichzelf, als het gezin en de school niet in staat waren voldoende religieuze vorming te geven. Patronaten waren daarom naar hun mening vooral nodig in de grote steden. Voor plattelandskinderen en kinderen uit een goed gezin vonden zij het patronaat geen absolute noodzakelijkheid.

Andere patronaten kozen voor een bredere aanpak en gaven naast religieuze vorming ook sociale en beroepsvorming. Zij organiseerden regelmatige samenkomsten van jongeren uit dezelfde beroepsgroep, en contacten van de oudste patronaatsjongens met volwassenen in gilden en werkmanskringen. Verder behartigden zij de belangen van de jeugd door het instellen van pensioenkassen, ziekenkassen en spaarkassen. Deze patronaten hechtten tevens veel belang aan sport en spel, als middel om de belangstelling van de jeugd te wekken en te behouden.

In de bloeitijd van het patronaat, aan het begin van de 20e eeuw, telde België 1124 patronaten, waarbij in totaal 157 800 jongeren aangesloten waren, 96 300 jongens en 61 500 meisjes. Het karakter van de patronaten was inmiddels echter veranderd. De potentiële deelnemersgroep was heterogeen geworden. Niet alleen kinderen uit arbeidersgezinnen, maar ook kinderen uit de kleine burgerij, scholieren en vooral jonge kinderen onder de twaalf jaar boden zich in de patronaten aan. Op vele plaatsen leek het patronaat een "speelschool", waar naast de patronaatsbestuurders jongere surveillanten, lekenhulpen of andere aangestelden toezicht hielden op honderden kinderen. De patronaten ondervonden daarbij in toenemende mate concurrentie van jeugdbewegingen die minder paternalistisch waren ingesteld.]

Het einde van de patronaten in Vlaanderen werd ingeluid door de oprichting in 1928 van de koepelorganisatie "Jeugdverbond voor Katholieke Actie". Het JVKA was een samenbundeling van zowel jeugdbewegingen die standsgewijs georganiseerd waren, als jeugdwerk dat openstond voor alle jongeren ongeacht hun afkomst, zoals de patronaten. In het JVKA speelde al snel de vraag wat de voorkeur verdiende: wel of niet standsgebonden jeugdwerk. Het meningsverschil hierover liep zo hoog op dat de aartsbisschop tussenbeide moest komen. De uitkomst van de strijd was dat de patronaten godsdienstbeleving en ontspanning mochten verzorgen voor kinderen tot veertien jaar. Na het bereiken van die leeftijd moesten de kinderen doorstromen naar de jeugdbeweging die hoorde bij hun stand. Patronaten mochten, in tegenstelling tot de standsspecifieke jeugdbewegingen, geen gebruik maken van uniformen, uiterlijke kentekens, een ledenblad en sociale diensten.

De patronaten reageerden op deze amputatie door een ingrijpende vernieuwingsactie te ondernemen. Deze mondde in 1934 uit in een nieuwe beweging: de ChiroJeugd. Na een vergelijkbare ontwikkeling in het Franstalige landsgedeelte gingen de patronaten daar verder onder de naam Patro.
Dit is afkomstig van Wikepedia

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11459
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

Re: De meesters der patronaten van St Martinusparochie Aalst

Berichtdoor Alostum » 06 Mei 2015, 17:57

willykiekens schreef:de meest gekende was die in de Meuleschettestraat; wordt door de senioren nog altijd de patronage genoemd, is of was nu een onderdeel van het st Maartenscollege; ik heb het gekend als de school voor kinderen van arbeiders die alleen het lager deden, met eventueel een 7de klas en dan gingen werken op de leeftijd van 14 jaar.

Gebruikersavatar
Alostum
Site Admin
Berichten: 11459
Lid geworden op: 14 Mei 2014, 15:27
Locatie: Aalst

Re: De meesters der patronaten van St Martinusparochie Aalst

Berichtdoor Alostum » 06 Mei 2015, 17:57

willykiekens schreef:inderdaad, links was het portiershuis, dan de grote binnenkoer met een zes-zevental klaslokalen; achter de grote witte muur was de "gerrebollersbaan; dan was er het café (de kring) en daarachter een toneelzaal.
In de "kring" werden de bieren van Van Roy getapt en kon men Westmalle trappist en Orval krijgen en de frisdranken van Frederik Buyl uit de Meuleschettestraat. De meeste van die kring bezoekers zag je nooit in een café (huizen van verderf), maar in de kring mocht men zich bedrinken, 't was voor de parochie en... ik weet het niet... maar misschien verdiende men er aflaten door.
De school was er alleen voor jongens, de meisjes gingen naar St. Jozef.
Ik denk dat de St. Kamielschool in de gelijknamige straat ook zo een schooltje was, maar voor de parochie St. Martinus; hier was één der stichters de familie Lienart die tot het oprichten van het RVT eigenaar waren van de gronden. Het zou kunnen dat de bovenstaande lijst de leraren waren van dit schooltje.
De rijksscholen als tegenhangers hiervan waren: de school in de Nieuwbeekstraat en die in de Binnenstraat: den Arend. Voor de meisjes weet ik er maar één de "Ecole Moyenne" in de Pontstraat.
De betere klasse, met het doel verder studeren waren de colleges St. Jozef (het groot college en het St. Maartens instituut (kleincollege) alleen voor jongens en dan Les Dames de marie voor de meisjes. De rijksschool wa en is het K.A.A.


Terug naar “Kerken, Kapellen, pastoors en hun parochianen”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

Advertentie